Operation Manual

Hoofdstuk 7: Video-effecten 141
De bediening voor de basisbibliotheek van effecten die met Studio wordt
geleverd, wordt verderop beschreven (beginnend op pagina 169). Add-on
effecten worden in hun eigen on-line documentatie beschreven. U krijgt
hier toegang toe via het parameterpaneel door op functietoets F1
te drukken
of op de knop Help
linksboven aan het parameterpaneel te klikken.
Let op: Sommige plug-ineffecten kunnen hun eigen parametervensters
met gespecialiseerde bediening aanbieden. In zulke gevallen geeft het
parameterpaneel op het effectgereedschap een enkele knop Bewerken
weer, die toegang verschaft tot de externe editor.
Parameterinstelling gebruiken
Om het gebruik van parameters te vergemakkelijken, bieden veel effecten
instellingen waarmee u een effect voor een bepaald gebruik kunt
configureren door gewoon een naam uit een lijst te selecteren.
In Studio Ultimate zijn er twee soorten instellingen: statische, waarmee één
set effectparameters wordt opgeslagen, en keyframed, waarmee meerdere
sets parameters in de vorm van keyframes worden opgeslagen (zie
hieronder).
In versies van Studio die geen ondersteuning voor keyframing bieden, zijn
alleen statische instellingen beschikbaar.
De snelste manier om een effect te configureren is vaak te starten met een
voorkeuze die uw wens het dichtst benadert en vervolgens de parameters
met de hand fijn af te stemmen.
Effecten herstellen (Reset): Een speciaal type
voorkeuze is de standaardfabrieksinstelling van elk
effect. U kunt de standaard op elk moment herstellen door op de knop
Herstellen onder aan het parameterpaneel te klikken.
Als u op Herstellen klikt wanneer keyframing wordt gebruikt, dan worden
de standaard parameterwaarden alleen aan het keyframe op de huidige
filmpositie toegewezen. Als het nog niet bestond, wordt dit keyframe
gemaakt.