Operation Manual

Bijlage A: Setup-opties 243
CD-station (voor het rippen van audiobestanden)
Als u muziek van CD in uw project hebt gebruikt, dan zet Studio de
audiogegevens digitaal over van de schijf naar de computer (“rippen”). Met
behulp van de vervolgkeuzelijst selecteert u welk CD-station er voor het
rippen wordt gebruikt (als u over meerdere stations beschikt).
Instellingen van Schijf maken
Met deze instellingen kunt u opties aanpassen voor het maken van VCD-,
S-VCD-, DVD- of HD DVD-schijven en voor het maken van een
schijfimage op een harde schijf.
Voor het maken van een VCD of een S-VCD is een CD-brander of een
DVD-brander noodzakelijk; voor het maken van een DVD hebt u een
DVD- of HD DVD-brander nodig; voor het maken van een HD DVD is een
HD DVD-brander vereist.
U kunt DVD’s branden in het standaardtype voor DVD-spelers, in het
AVCHD-type voor Blu-ray-spelers of in het HD DVD-type voor HD DVD-
spelers. Voor details zie “Uitvoer naar schijfmedia” (pagina 215).
Formaat
Schijftype: Selecteer VCD, S-VCD of DVD om een schijf van dat type te
maken. Selecteer AVCHD om een DVD te maken voor weergave in een
Blu-ray-speler of HD DVD om een DVD of een HD DVD te maken voor
weergave in een HD DVD-speler.
Videokwaliteit / schijfgebruik: Deze instellingen (Automatische kwaliteit,
Beste kwaliteit, Meeste video op schijf en Aangepast) zijn beschikbaar,
behalve bij VCD’s waar het formaat vaststaat. De eerste drie zijn
instellingen die corresponderen met bepaalde gegevenssnelheden. Met de
optie Aangepast kunt u de gegevenssnelheid op een andere waarde instellen.
Er wordt altijd een schatting weergegeven van de hoeveelheid video die op
de schijf past bij de huidige instelling.