Operation Manual
Bijlage A: Setup-opties 231
Invoer videorecorder: deze optie, beschikbaar bij sommige analoge
opnameapparaten, moet zijn ingeschakeld als uw bronapparaat een
videorecorder is. Als deze optie is geactiveerd, is de opname toleranter in
het geval van A/V-synchronisatieproblemen in het binnenkomende signaal.
Opnamevoorbeeld: deze optie bepaalt of de binnenkomende video tijdens
de opname te zien is in de Player. Het genereren van de voorbeeldweergave
legt een aanzienlijk beslag op de processor; voorbeeldweergave kan op
sommige systemen leiden wegvallende beelden. Schakel deze optie alleen
uit wanneer dergelijke problemen zich voordoen.
Hoogte-/Breedteverhouding (H-/B-verh.): in deze vervolgkeuzelijst geeft
u aan of de videobron voor toekomstige analoge opnamen het normale
formaat (4:3) of breedbeeldformaat (16:9) heeft.
Scèneherkenning tijdens video-opname
Het effect van deze opties voor scèneherkenning wordt onder
“Automatische scèneherkenning” op pagina 24 beschreven. De
daadwerkelijk beschikbare opties zijn afhankelijk van het gebruikte
opnameapparaat: niet alle apparaten ondersteunen alle modi.
De eerste optie, “Automatisch gebaseerd op filmtijd en datum”, is alleen
beschikbaar bij opnemen van een DV-bron.
Uw DV camcorder neemt niet alleen beeld en geluid op, maar ook de tijd,
datum en diverse belichtingsinstellingen van de camera (in de handleiding
van uw camcorder vindt u meer details). Deze informatie wordt tijdcode
genoemd en wordt samen met de video en audio overgedragen via de IEEE-
1394-koppeling.
De standaardinstelling bepaalt dat Studio de tijdcode informatie gebruikt
om vast te stellen wanneer de nieuwe scènes beginnen. Het programma
gebruikt het eerste beeld van iedere nieuwe scène als pictogram in het
Album.










