Operation Manual

Hoofdstuk 11: Geluidseffecten en muziek 205
Het spoor oorspronkelijke audio (L) en het spoor achtergrondmuziek (R)
aan tegenovergestelde kanten van een stereomix. In dit voorbeeld is het
pictogram van het muziekspoor (rechts van het midden) minder goed
zichtbaar om aan te geven dat het spoor is gedempt of dat er geen clip
op het spoor staat bij deze tijdindex.
In de modus surround kunt u elk spoor van voor naar achter positioneren
(“fade”) evenals van links naar rechts (“balans”). Elk spoor kan overal
afzonderlijk worden geplaatst binnen het rechthoekige luistergebied dat
door de vier hoekluidsprekers wordt gedefinieerd.
Het concept van de modus dialoog is gelijkend aan dat van surround, maar
beschikt tevens over de centerluidspreker aan de voorzijde van het
luistergebied. Door een gedeelte van de audio van een clip naar het midden
te sturen, kunt u de ogenschijnlijke locatie van het geluid binnen de
surroundmix bepalen. Tegelijkertijd kunt u de plaatsing van de geluidsbron
naar wens aanpassen in twee richtingen, zoals in de standaardmodus
surround.
Surround- en dialoogmodi: links is het muziekspoor in de Surround-
modus achter in het luistergebied geplaatst. Het originele audiospoor op
dezelfde tijdindex is in dialoog-modus (zie rechts). De dialoog-modus is
gericht op de originele audio door de centerluidspreker in de mix op te
nemen.