Operation Manual

26 Pinnacle Studio 11 Plus
Het opnemen van DV-video neemt een grote hoeveelheid ruimte op de
harde schijf in beslag; kies daarom kleine segmenten om op te nemen in
plaats van de gehele band als u op uw systeem rekening moet houden met
de beschikbare ruimte.
U kunt de hoeveelheid benodigde ruimte op de harde schijf berekenen door
de lengte van uw video in seconden te vermenigvuldigen met 3.6, dat het
aantal benodigde megabytes als resultaat levert. Bijvoorbeeld:
1 uur video = 3600 seconden (60 x 60)
3600 seconden x 3.6 MB/s = 12,960 MB (12.7 GB)
Met andere woorden: 1 uur video gebruikt 12.7 GB ruimte.
Om in volledige kwaliteit op te nemen, moet uw harde schijf continu
kunnen lezen en schrijven met een snelheid van 4 MB per seconde. Alle
SCSI- en de meeste UDMA-stations kunnen dit aan. Wanneer u voor de
eerste keer een opname start, test Studio uw station om er zeker van te zijn
dat het snel genoeg is.
MPEG
DVD en S-VCD schijven gebruiken allebei bestanden in het formaat
MPEG-2, een uitbreiding van het formaat MPEG-1, dat voor VCD’s wordt
gebruikt. MPEG’s die bedoeld zijn voor gebruik op internet hebben lagere
resoluties en worden opgeslagen in het formaat MPEG-1.
Het optiepaneel Opnameformaat (Setup ¾ Opnameformaat) omvat een
keur aan opties om de kwaliteit van MPEG-opnamen te regelen. Lees
“Opnameformaatinstellingen” op pagina 233 voor gedetailleerde informatie
over MPEG-kwaliteitsopties.
Audio- en videoniveaus – digitaal
Bij digitaal opnemen gebruikt u audio en video die tijdens de opname
digitaal in de camera is gecodeerd. Draagt u het beeldmateriaal via een
1394-poort over naar uw computer, dan blijven de gegevens de hele tijd in
het gecomprimeerde digitale formaat. U kunt de audio- of videoniveaus
tijdens het opnemen dus niet aanpassen. Dit is in tegenstelling tot analoge
opnamen, waar audio en video wel kunnen worden aangepast tijdens het
opnemen.