PIAGGIO WIL U HIERBIJ BEDANKEN dat u voor één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kunt waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen betreffende het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt.
De instructies in deze handleiding zijn vooral opgesteld met het doel een eenvoudige en duidelijke leidraad te geven voor het gebruik: hierin vindt men eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd moeten worden op het voertuig, bij een Dealer of Erkend Service Centrum. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen.
Persoonlijke veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben. Behoud van het milieu Geeft aan hoe te handelen om te vermijden dat het voertuig schade aan het milieu toebrengt. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben. De tekens die u op deze pagina ziet zijn zeer belangrijk.
INDEX VOERTUING................................................................................ Legenda.................................................................................... Analoog instrumentenpaneel.................................................... Klok........................................................................................... Digitaal display.......................................................................... Onderhoudspictogrammen....................................
Richtingaanwijzers voor............................................................ Lampenset achter..................................................................... Kentekenverlichting................................................................... Verlichting helmbak................................................................... Achteruitkijkspiegels................................................................. Schijfrem voor en achter.........................................................
MP3 400ie Hst.
1 Voertuing 01_01 8
A = Sleutelschakelaar B = Startknop C = Gascommando D = Commando van de voorrem E = Schakelaar van de richtingaanwijzers F = Omleider van de lichten G = Commando van de achterrem H = Drukknop van de claxon I = Noodstopschakelaar L = Drukknop Mode M = Drukknop van de noodknipperlichten N = Analogische instrumentengroep O = Groep van de controlelampen P = Haak voor het kofferrek Q = Digitale instrumentengroep R = Omleider blokkering-deblokkering van de voorste ophanging S = Handrem 9 1 Voertuing Legenda (0
1 Voertuing 01_02 10
A = Led immobilizer / antidiefstalsysteem B = Snelheidsmeter met dubbele schaal (Km/h en Mp/h) C = Drukknop CLOCK D = Digitaal display E = Controlelamp van het blokkeersysteem van de voorste ophanging F = Drukknop SET G = Toerenteller H = Indicator van het brandstofpeil I = Controlelamp, licht van de helmruimte aan L = Controlelamp van het beheer van de motor en melding van onregelmatigheden van de injectie M = Controlelamp van de brandstofreserve N = Controlelamp van het stilleggen van de motor O = Control
Klok (01_03) Wanneer men op toets «CLOCK» drukt voor minder dan 1 seconde, verkrijgt men volgende visualisaties: • UUR • DATUM Voor het uitvoeren van de instelling van de klok, drukt men langer dan drie seconden op toets «CLOCK». De cijfers die het uur vertegenwoordigen zullen beginnen te knipperen. 01_03 Stel het uur in met de toets «SET». Door opnieuw op de toets «CLOCK» te drukken, zullen de cijfers beginnen te knipperen die de minuten vertegenwoordigen. Stel de minuten in met de toets «SET».
A = Indicator van de totale kilometerteller B = Icoon van het onderhoud «BELT» C = Icoon van het onderhoud «SERVICE» D = Indicator van de temperatuur van de koelvloeistof van de motor E = Indicator van de partiële kilometerteller (A-B) en de omgevingstemperatuur (selecteerbaar met de toets mode) 01_04 F = Indicator UUR-DATUM G = Indicator van de brandstofreserve H = Indicator van de partiële kilometerteller (B) I = Indicator van de partiële kilometerteller (A) L = Indicator kilometers mijlen Onderhoudspic
2. Partiële kilometerteller "B" 3. Omgevingstemperatuur "°" Om de partiële kilometerteller op nul te stellen, drukt men voor langer dan 3 seconden op de toets «MODE» (N) SETTAGGIO UNITÀ DI MISURA Premere (e mantenere premuto per almeno 3 secondi) il tasto "MODE" «N» e contemporaneamente commutare in "on" la chiave di accensione. Le icone "kmi" e "°E" cominceranno lampeggiare.
Stuurslot vergrendelen Draai het stuur naar links (helemaal), draai de sleutel in positie «LOCK» en verwijder de sleutel. 01_08 Stuurslot ontgrendelen Steek de sleutel weer in het slot en draai hem in de «OFF» positie. LET OP DRAAI DE SLEUTEL TIJDENS HET RIJDEN NIET IN DE STAND «LOCK» OF «OFF».
Drukknop claxon (01_10) Druk op de drukknop «C» om de claxon te activeren.
Activeert het aanzetten van de 4 richtingaanwijzers tegelijk. Het commando «M» kan enkel geactiveerd worden met de sleutel in positie «ON», maar eens ingeschakeld blijft het ook werken met de sleutel in «OFF» en «LOCK». Het uitschakelen van deze handeling kan enkel worden uitgevoerd met de sleutelschakelaar in positie «ON». 01_12 Startknop (01_13) Plaats de sleutel in «ON». Plaats de schakelaar RUN/OFF op «RUN». Trek aan één van de twee remhendels. Druk op drukknop «G» om de motor te starten.
Stopschakelaar motor (01_14) Werking van de noodstopschakelaar «I»: 0 = OFF 1 = RUN 01_14 Omleider deblokkering-blokkering voorste ophanging (01_15) De omleider «F» activeert en desactiveert de blokkering van de voorste ophanging. Aangezien het onderwerp ingewikkeld is, vindt men de beschrijving voor het gebruik van dit commando in het hoofdstuk Het gebruik.
Er wordt slechts één exemplaar van geleverd, en dient om de code van de andere sleutels in het geheugen op te slaan of voor handelingen die bij de dealers worden uitgevoerd. Daarom raadt men aan om deze enkel te gebruiken in uitzonderlijke gevallen.
De werking Elke keer men de startsleutel uit de positie «OFF» of «LOCK» verwijderd, activeert het beschermingssysteem de motorblokkering. Wanneer men de sleutel in «ON» plaatst, wordt de motorblokkering gedesactiveerd wanneer het beschermingssysteem de code herkent die wordt doorgestuurd door de sleutel.
Hieronder vindt men de uit te voeren handelingen voor het programmeren van het PIAGGIO IMMOBILIZER systeem en/of voor het opslaan van andere sleutels. De programmeringsprocedure moet worden uitgevoerd wanneer de schakelaar voor het stilleggen van de motor zich in positie «RUN» bevindt. Begin procedure-rode sleutel Plaats de rode sleutel in de schakelaar (in «OFF» positie), en men draai deze naar de «ON» positie. Laat de sleutel voor een tijdspanne van 1 tot 3 seconden in deze positie.
TIE EEN FOUT HEEFT GEMAAKT, HERHAALT MEN DE PROCEDURE VANAF HET BEGIN. Afstandsbediening openen zadel (01_20, 01_21) 01_20 Het voertuig is uitgerust met een afstandsbediening voor de opening van het zadel vanop afstand. Deze wordt samen met de sleutels geleverd, en werd in de fabriek gekoppeld aan de commandocentrale van het openingsmechanisme.
4. Herhaal de handelingen 2 en 3 voor nog 4 keer, zonder de sleutel te verwijderen. De centrale bevestigt de correcte programmatie met de opening van het zadel. WAARSCHUWING VOOR HET OPSLEEN VAN ANDERE AFSTANDSBEDIENINGEN (MAXIMUM 8), MOET MEN DE HELE PROCEDURE HERHALEN. WANNEER MEN DE AANGEDUIDE TIJDSPANNES NIET RESPECTEERT, WORDT DE MEMORISATIEPROCEDURE VAN DE SLEUTELS MET AFSTANDSBEDIENING AUTOMATISCH VERLATEN.
Toegang tot de benzinetank (01_22, 01_23) Om het deurtje van de benzinetank te openen, moet de sleutel op «OFF» of op «ON» geplaatst worden, moet op de sleutel gedrukt worden en moet ze in wijzerszin gedraaid worden. 01_22 01_23 Die sitzbank (01_24, 01_25, 01_26) Het zadel is voorzien van een beschermkap, die kan worden gebruikt wanneer het regent.
GEBRUIK HET VOERTUIG NIET MET UITGETROKKEN ZADELKAP. Öffnen der sitzbank mit fernbedienung als zugang zum helmfach (01_27) 01_25 Met de sleutel in de «LOCK» of «OFF» positie, kan men het zadel openen met de afstandsbediening. De opening is geblokkeerd wanneer de sleutel zich in de «ON» positie bevindt.
Openen van het zadel voor toegang tot de helmbak in noodsituaties (01_28, 01_29) Wanneer de batterij van de afstandsbediening of de accu van het voertuig leeg is, opent men het zadel als volgt: 1. Open de achterste koffer door te handelen vanaf de sleutelschakelaar 2.
De identificatienummers bestaan uit een voorvoegsel dat op het chassis en op de motor «B» werden gedrukt, gevolgd door een nummer. Deze moeten steeds worden meegedeeld wanneer men wisselstukken aanvraagt. Om het framenummer af te lezen, moet men het relatieve deurtje «A» in de helmruimte verwijderen. Men raadt aan om te controleren of de frameregistratiecode op het voertuig overeenkomt met diegene in de documenten van het voertuig zelf.
1 Voertuing
MP3 400ie Hst.
Controles Vooraleer men het voertuig start, controleert men: 1. Of er benzine aanwezig is in de tank. 2. Het vloeistofpeil van de voor- en achterremmen. 3. De correcte bandenspanning. 4. De werking van de positielichten, de koplamp en de richtingaanwijzers, het stoplicht en de nummerplaatverlichting. 5. De werking van de voor- en achterremmen. 6. Het oliepeil in de raderwerkdoos. 7. Het peil van de motorolie. 8.
LET OP DE BENZINE BESCHADIGT HET PLASTIC VAN DE CARROSSERIE. WAARSCHUWING 02_02 MEN RAADT AAN OM NIET TE REIZEN MET EEN BIJNA LEGE BRANDSTOFTANK; ZONDER BRANDSTOF VALLEN KAN SCHADE AANBRENGEN AAN DE KATALYSATOR. LET OP HET GEBRUIK VAN NIET AANBEVOLEN BENZINE VERMINDERT DE EFFICIËNTIE VAN HET UITLAATSYSTEEM EN VAN DE BRANDSTOFVOEDING.
WAARSCHUWING HET WORDT STERK AFGERADEN OM TE TANKEN VOLGENS ANDERE METHODEN DAN DIE VAN NORMALE BRANDSTOFPOMPEN. WANNEER DE BENZINE NIET ZUIVER IS, KUNNEN DE BRANDSTOFFILTERS VAN HET VOEDINGSSYSTEEM BESCHADIGD WORDEN. LET OP HET GEBRUIK VAN ANDERE OLIE DAN AANBEVOLEN, KAN DE LEVENSDUUR VAN DE MOTOR VERKORTEN. Technische kenmerken Brandstoftank (reserve) ~ 12 l (2 l) Bandenspanning (02_03) 2 Gebruik Controleer regelmatig (ongeveer elke 500 km) de spanning en de slijtage van de banden.
DE BANDENSPANNING MOET WORDEN GEMETEN WANNEER DE BANDEN KOUD ZIJN.EEN FOUTE SPANNING HEEFT EEN ABNORMALE SLIJTAGE VAN DE BANDEN TOT GEVOLG, EN MAAKT HET RIJDEN GEVAARLIJK. DE BAND MOET WORDEN VERVANGEN WANNEER HET RIJVLAK DE SLIJTAGELIMIET, VOORZIEN IN DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN, HEEFT BEREIKT.
Afstellen van de schokdempers (02_04, 02_05) De voorbelasting van de veren kan in 4 posities worden geregeld, met behulp van de specifieke bijgeleverde sleutel, door aan de dopmoer onderaan de schokdempers te draaien. Positie 1 minimum voorbelasting: enkel met bestuurder Positie 2 gemiddelde voorbelasting: enkel met bestuurder Positie 3 gemiddelde voorbelasting: bestuurder en passagier. 02_04 Positie 4 maximum voorbelasting: bestuurder, passagier en bagage.
DE EERSTE 1000 KM MAG MEN NIET HARDER GAAN DAN 80% VAN DE VOORZIENE MAXIMUMSNELHEID. VERMIJDT OM DE GASHENDEL HELEMAAL TE OPENEN EN OM LANGE AFSTANDEN AF TE LEGGEN MET EEN CONSTANTE SNELHEID. NA DE EERSTE 1000 KM VOERT MEN DE SNELHEID LANGZAAM OP, WAAR TOEGESTAAN, TOT MEN DE MAXIMALE PRESTATIES BEREIKT.
4. Er zich van verzekeren dat de schakelaar «I» in «ON» positie staat. 5. Trek aan de hendel «D» van de voorrem of «G» van de achterrem, en duw op de startknop «B». WAARSCHUWING 02_07 DE AUTOMATISCHE TRANSMISSIE BRENGT HET ACHTERWIEL IN BEWEGING, OOK WANNEER ER AAN HET GASHANDVAT EEN BEETJE WORDT GEDRAAID. LAAT DE REM NA DE START VOORZICHTIG LOS EN DOSEER HET GAS GELEIDELIJK. LET OP VOER DEZE HANDELINGEN NIET UIT IN EEN GESLOTEN RUIMTE, OMDAT DE UITLAATGASSEN GIFTIG ZIJN.
DRUK NIET OP DE STARTKNOP WANNEER DE TANK LEEG IS, OF PLAATS DE SLEUTELSCHAKELAAR NIET OP «ON», OMDAT ZO HET STARTSYSTEEM BESCHADIGD ZOU RAKEN WAARSCHUWING PROBEER NIET OM DE MOTOR TE STARTEN MET HET HANDVAT VAN HET GASCOMMANDO OPEN. OP DEZE MANIER KAN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLOREN WORDEN, EN KAN U VALLEN, MET ALS GEVOLG ERNSTIGE OF IN SOMMIGE GEVALLEN DODELIJKE LETSELS. Voorzorgsmaatregelen LET OP OM MOGELIJKE SCHADE TE VOORKOMEN, MAG EEN KOUDE MOTOR NOOIT OVERBELAST WORDEN.
WAARSCHUWING ZET DE MOTOR NA EEN LANGE RIT AAN MAXIMALE SNELHEID NIET METEEN UIT, MAAR LAAT HEM ENKELE SECONDEN OP HET MINIMUM TOERENTAL DRAAIEN. Moeilijke start Wanneer de motor eventueel uitzonderlijk zou verzuipen, is het mogelijk, om de start te vergemakkelijken, om te proberen te starten met het gashandvat gedeeltelijk of volledig open. Na de start van de motor moet men zich wenden tot een Erkend Service Centrum voor de controle van de oorzaken en voor het herstellen van de correcte werking.
SCHAKEL DE MOTOR NIET UIT TIJDENS HET RIJDEN. IN DIT GEVAL KAN DE ONVERBRANDE BENZINE IN DE KATALYSATOR TERECHTKOMEN EN DAAR VERBRANDEN, WAARDOOR DEZE OVERVERHIT RAAKT EN STUK GAAT. Standaard (02_10) Met de voet drukt men op het uitsteeksel van de centrale standaard «F» en tegelijkertijd heft men het voertuig achteruit op met behulp van de laterale handgrepen.
Wanneer de koppeling oververhit raakt, neemt men de volgende voorzorgen in acht: 1. Blijf niet lang in deze conditie doorrijden. 2. Laat de koppeling een aantal minuten afkoelen, met de motor op het minimum toerental. Veilig rijden Hierna volgen enkele eenvoudige adviezen, die het toelaten om met uw voertuig tijdens het dagdagelijks gebruik op een rustigere en veiligere wijze te rijden. Uw bekwaamheid en uw mechanische kennis vormen de basis voor een veilig rijgedrag.
OM EVENTUELE ONGEVALLEN TE VOORKOMEN, MOET MEN UITERST VOORZICHTIG ZIJN BIJ HET TOEVOEGEN VAN EN HET RIJDEN MET ACCESSOIRES EN BAGAGE. HET TOEVOEGEN VAN ACCESSOIRES EN BAGAGE KAN DE STABILITEIT, DE PRESTATIES EN DE VEILIGHEIDSLIMIETEN VAN DE SCOOTER TIJDENS HET GEBRUIK VERMINDEREN WAARSCHUWING WANNEER UW SCOOTER UITGERUST IS MET ACCESSOIRES, MAG U NIET HARDER RIJDEN DAN 120 Km/h. ZONDER DEZE ACCESSOIRES KAN U HARDER RIJDEN MET HET VOERTUIG, MAAR TOCH STEEDS BINNEN DE DOOR DE WET VASTGESTELDE LIMIETEN.
IS BIJ WET VERBODEN EN MAAKT HET VOERTUIG NIET MEER CONFORM HET GEHOMOLOGEERD TYPE, EN IS GEVAARLIJK VOOR DE RIJVEILIGHEID. Systeem voor vergrendeling van ophanging vooraan (02_11, 02_12, 02_13, 02_14, 02_15, 02_16, 02_17) Met het blokkeersysteem van de voorste ophanging kan men eenvoudig het gerol van het voertuig blokkeren, door te drukken op de omleider «T». Het is dus mogelijk om te stoppen zonder dat men de voeten op de grond moet plaatsen.
LET OP 02_13 DE SENSOR DIE DE AANWEZIGHEID VAN DE BESTUURDER MELDT, IS OP DE VOORKANT VAN DE ZITPLAATS AANGEBRACHT. MEN MOET DUS VERMIJDEN ONOPLETTEND LASTEN OF ZWARE VOORWERPEN OP HET ZADEL TE PLAATSEN. DIT PLICHTSVERZUIM MAAKT HET MOGELIJK DAT HET VOERTUIG BEWEEGT EN DAT DE OPHANGING WORDT GEDEBLOKKEERD, OOK WANNEER DE BESTUURDER NIET AANWEZIG IS, WANNEER ER AAN HET GASHANDVAT WORDT GEDRAAID. BOVENDIEN KAN DIT HET TOEVALLIG VALLEN VAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN.
WAARSCHUWING VERMIJDT HET GEBRUIK VAN HET BLOKKEERSYSTEEM WANNEER MEN RIJDT OP ONVERHARDE WEGEN OF IN AANWEZIGHEID VAN OBSTAKELS (BIJV. DREMPEL, STOEP ENZ.). BIJ EEN DEFECT VAN DE MOTOR (ACCU LEEG) VERMIJDT MEN OM DE SCOOTER VOORT TE SLEPEN WANNEER DE BLOKKERING INGESCHAKELD IS.
Wanneer de handrem wordt aangetrokken «B» en de sleutelschakelaar wordt in positie «1» geplaatst, wordt het veiligheidssysteem geactiveerd zodat de handrem niet kan losgemaakt worden. Om hem te kunnen losmaken plaatst men de sleutelschakelaar in positie «2» of «3». Wanneer de schakelaar zich in positie «1» bevindt, kan de handrem alleszins ingeschakeld worden.
BRENGT MET DE STOEP. INDIEN U BERGOP PARKEERT MOET U HET VOERTUIG MET INGEVOEGD STUURSLOT ZO PLAATSEN DAT DE STOEP ZICH RECHTS VAN HET VOERTUIG BEVINDT EN LINKS. Nel caso in cui si accenda (lampeggiante) la spia WARNING «Q» vuol dire che è stata rilevata un'avaria al sistema di blocco sospensione anteriore, pertanto si rende necessario rivolgersi ad un Punto di Assistenza Autorizzato.
MP3 400ie Hst.
Peil motorolie 03_01 Bij de 4-takt motoren wordt de motorolie gebruikt om de distributieorganen, de bankkussentjes en de thermische groep te smeren. Een onvoldoende hoeveelheid olie kan ernstige schade veroorzaken aan de motor zelf. Bij alle 4-takt motoren is het verslechteren van de kenmerken van de olie en een hoger verbruik normaal. Vooral het verbruik kan door de gebruikscondities worden beïnvloed (bijv.: door steeds "vol gas" te rijden, verhoogt het olieverbruik).
Het voertuig is uitgerust met een controlelamp, die gaat branden wanneer de sleutel in positie «ON» wordt gedraaid. Deze controlelamp moet uitgaan wanneer men de motor start. Wanneer de controlelamp oplicht tijdens het remmen, aan het minimum toerental of in een bocht, moet men het peil controleren en eventueel bijvullen. Wanneer de controlelamp na het bijvullen nog oplicht tijdens het remmen, aan het minimum toerental of in een bocht, moet men zich wenden tot een Erkend Service Centrum.
LET OP DE GEBRUIKTE OLIE BEVAT STOFFEN DIE SCHADELIJK ZIJN VOOR HET MILIEU. VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE RAADT MEN AAN OM ZICH TE WENDEN TOT EEN ERKEND SERVICE CENTRUM, DAT IS UITGERUST VOOR DE VERWERKING VAN DE GEBRUIKTE OLIE, TER BESCHERMING VAN HET MILIEU, EN DOOR DE WETTELIJKE NORMEN TE RESPECTEREN. Aanbeloven producten AGIP CITY HI TEC 4T Olie voor de motor Synthetische olie SAE 5W-40, API SL, ACEA A3, JASO MA Oliepeil naaf (03_06, 03_07) Controleer of er olie aanwezig is in de achternaaf.
LET OP DE AFVALOLIE IS SCHADELIJK VOOR HET MILIEU. DE VERZAMELING EN DE VERWERKING MOETEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN. 03_07 LET OP WANNEER MEN EEN EXCESSIEVE HOEVEELHEID OLIE TOEVOEGT, KAN DIT HET UITSTROMEN VAN OLIE TOT GEVOLG HEBBEN, WAARDOOR DE MOTOR EN HET WIEL BESMEURD KUNNEN WORDEN. LET OP TIJDENS DE VERVANGING VAN DE NAAFOLIE, MOET MEN VOORKOMEN DAT DEZE IN CONTACT KOMT MET DE ACHTERSTE REMSCHIJF.
Aanbeloven producten AGIP ROTRA 80W-90 Olie van de achternaaf Olie SAE 80W/90 die voldoet aan de specifieken API GL3 Technische kenmerken Olie van de transmissie 250 cm³ Banden (03_08) Controleer regelmatig (ongeveer elke 500 km) de spanning en de slijtage van de banden. De banden zijn voorzien van een slijtage-indicator, daarom moet men de banden vervangen wanneer deze indicators op het rijvlak te voorschijn komen.
BANDEN Voorste band Tubeless 120/70-12" 51S o 51P Achterste band Tubeless 140/70 - 14" 68S o 68P reinf SPANNING VOOR HET OPBLAZEN VAN DE BANDEN Spanning van de voorband (met passagier) 1,6 bar (1,8 bar) Spanning van de achterband (met 2,4 bar (2,6 bar) passagier) Demonteren van de bougie (03_09, 03_10) Verwijder het deurtje dat zich op de rechter zijplaat van het voertuig bevindt, door de bevestigingsbout «A» los te draaien, en handel met een kleine schroevendraaier in de in de figuur aangeduide holt
WAARSCHUWING DE DEMONTAGE VAN DE BOUGIE MOET WORDEN UITGEVOERD BIJ KOUDE MOTOR. DE BOUGIE MOET VERVANGEN WORDEN VOLGENS DE AANDUIDINGEN IN DE TABEL VAN HET GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD. HET GEBRUIK VAN NIET CONFORME ELEKTRONISCHE CENTRALES, ELEKTRONISCHE ONTSTEKINGEN EN VAN ANDERE BOUGIES DAN VOORGESCHREVEN, KAN DE MOTOR ERNSTIG BESCHADIGEN. 03_10 N.B. HET GEBRUIK VAN ANDERE BOUGIES DAN VOORGESCHREVEN OF VAN NIET AFGESCHERMDE KAPJES, KAN STORINGEN VEROORZAKEN AAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE VAN HET VOERTUIG.
Handel als volgt: Om de luchtfilter te bereiken, draait men de negen bevestigingbouten «A» los en verwijdert men het deksel van de luchtfilter «B». 03_11 Reinigen van het luchtfilter 1. Was de spons met water en neutrale zeep. 2. Droog met een rein doek en kleine stralen perslucht. 3. Dompel ze in een 50% mengsel van benzine en specifieke olie. 4. Knijp het filterelement met de handen uit zonder het te uit wringen, laat het uitdruipen en hermonteer het.
Peil koelvloeistof (03_12, 03_13, 03_14, 03_15) 03_12 De koeling van de motor is van het type met geforceerde vloeistofcirculatie, en het koelcircuit bevat ongeveer 2 l. koelvloeistof, dat bestaat uit een 50% mengsel van gedemineraliseerd water en antivriesoplossing op basis van ethyleenglycol en corrosie-inhibitors. De aanbevolen koelvloeistof wordt geleverd in een verpakking met reeds gemengde vloeistof, en dus klaar voor gebruik.
VOOR HET VERMIJDEN VAN BRANDWONDEN, MAG MEN DE STOP VAN HET EXPANSIEVAT NIET VERWIJDEREN WANNEER DE MOTOR NOG WARM IS. WAARSCHUWING 03_15 OM SCHADELIJKE UITSTROMINGEN VAN DE VLOEISTOF TIJDENS HET RIJDEN TE VOORKOMEN, IS HET BELANGRIJK DAT MEN ER ZICH VAN VERZEKERT DAT HET PEIL NOOIT DE MAXIMUMWAARDE OVERSCHRIJDT. OM EEN CORRECTE WERKING VAN DE MOTOR TE GARANDEREN, MOET MEN HET ROOSTER VAN DE RADIATOR REIN HOUDEN.
Bijvullen van de remvloeistof (03_17) Handel als volgt: Draai de bout «B» los, verwijder vervolgens het dekseltje «A» om bij dop van de ondergelegen tank te komen. Draai de twee bevestigingsbouten los, verwijder de dop om het bijvullen van de remvloeistof uit te voeren door hiervoor uitsluitend de voorgeschreven vloeistof te gebruiken, en dit zonder het maximum peil te overschrijden. Desbetreffende handeling illustreert het bijvullen van de achterste rempomp; de procedure voor de voorste rempomp is analoog.
AGIP BRAKE 4 Remvloeistof Synthetische vloeistof FMVSS DOT 4 Accu (03_18) Handel als volgt om bij de accu te komen: 1. Plaats het voertuig op de centrale standaard; 2. Open het zadel door zich te houden aan bovenstaande beschrijvingen; 3. Verwijder de twee bevestigingen «A» en het deksel «B». WAARSCHUWING 03_18 OM BESCHADIGING AAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE TE VOORKOMEN, MAG MEN DE KABELS NOOIT LOSMAKEN WANNEER DE MOTOR DRAAIT.
WAARSCHUWING LEGE ACCU'S ZIJN SCHADELIJK VOOR HET MILIEU. DE VERZAMELING EN DE VERWERKING MOETEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN. Länger stillegen Wanneer het voertuig lange tijd niet wordt gebruikt, moet men de accu periodiek opladen, aangezien de accu in ongeveer drie maanden volledig leegloopt.
03_20 03_21 03_22 61 3 Onderhoud MET ANDER MATERIAAL (BIJVOORBEELD EEN STUK ELEKTRICITEITSKABEL).
03_23 TABEL VAN DE ZEKERINGEN Zekering n°1 Capaciteit 7,5A Beschermde circuits:Voeding vanaf de accu: injectiecentrale Zekering n°2 Capaciteit 15A Beschermde circuits:Voeding vanaf de accu: injectieladingen, elektroschroef 3 Onderhoud Zekering n°3 Capaciteit 15A Beschermde circuits:Voeding vanaf de accu: ontvanger voor het openen van het zadel, verlichting van het koffetje, relais van de koplamp, commandomechanisme van de knipperlichten Zekering n°4 Capaciteit 20A 62
Zekering n°5 3 Onderhoud Beschermde circuits:voeding vanaf de accu: commandocentrale van de parkeerrem Capaciteit 20A Beschermde circuits:voeding vanaf accu zekeringen N° 7, voeding onder spanning zekeringen N°8 - N°9 - N°10 - N°11 Zekering n°6 Capaciteit 15A Beschermde stopcontact Zekering n°7 circuits:L.S.
elektroschroef, afstandsschakelaar injectieladingen Zekering n°11 van de Capaciteit 7.5A Beschermde circuits:Voeding onder spanning: commandocentrale van het parkeren, predispositie van het antidiefstalsysteem, dashboard, afstandsschakelaar van de koplamp, afstandschakelaar van de claxon Zekering n°12 Capaciteit 7.
Lamp van het licht van de zadelruimte 3 Onderhoud Aantal: 1 Type: LANGWERPIG Vermogen: 12V - 5W Aantal: 1 Lamp voor de lichten van de achterste richtingaanwijzers Type: GLAS Vermogen: 12V - 5W Aantal: 2 RECHTS + 2 LINKS Lamp van het achterste positielicht Type: GLAS Vermogen: 12V - 5W Aantal: 1 RECHTS + 1 LINKS Lamp van het stoplicht Type: SFEERVORMIG Vermogen: 12V - 10W Aantal: 1 RECHTS + 1 LINKS Lamp van het nummerplaatlicht Type: GLAS Vermogen: 12V - 5W Aantal: 1 Lamp van de lichten van de voorst
Aantal: 1 RECHTS + 1 LINKS Lamp voor de instrumentverlichting Type: GLAS Vermogen: 12V - 2W Aantal: 4 Koplampset (03_24, 03_25, 03_26, 03_27, 03_28, 03_29, 03_30, 03_31, 03_32) Om de voorste optische groep te verwijderen, handelt men als volgt: 03_24 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
2. Verwijder de centrale bedekking van de optische groep 3. Schakel de koplamp aan en controleer of de grens van de lichtbundel die op het witte scherm wordt geprojecteerd, niet hoger komt dan 9/10 van de hoogte van het midden van de koplamp vanop de grond, en niet lager dan 7/10; 4. In het omgekeerde geval regelt men de koplamp door te handelen op de bouten «A», die worden aangeduid in de figuur 03_26 N.B.
03_29 3 Onderhoud 03_30 03_31 68
3 Onderhoud 03_32 03_33 03_34 69
Richtingaanwijzers voor (03_35, 03_36) Om de lamp van de voorste richtingaanwijzer te verwijderen, draait men de lamphouder «A» in tegenwijzerszin, en verwijdert men de lamphouder uit de zit. 03_35 03_36 Lampenset achter (03_37, 03_38, 03_39) Om de lampen te bereiken: - Open het deurtje van de voorste koffer en draai de twee bouten «A» los. 3 Onderhoud - Draai de vier bouten «B» los, en verwijder de optische groep uit de zit.
3 Onderhoud 03_38 03_39 Kentekenverlichting (03_40, 03_41) Om de lamp te bereiken: - Draai de bout «A» los. - Draai de twee bouten «B» los. Om het lampje te vervangen, moet het vastgegrepen worden en uit de lamphouder verwijderd worden.
03_41 Verlichting helmbak (03_42) Open het achterste koffertje en haal vervolgens, door met een kleine platte schroevendraaier in het speciale gleufje aan de zijkant te drukken, het vastgedrukte dekglas «D» los, en vervang de lamp. 03_42 Achteruitkijkspiegels (03_43) 3 Onderhoud De spiegels kunnen manueel worden geregeld, door de spiegelhouder te draaien tot men de gewenste inclinatie heeft bereikt.
De slijtage van de remschijf en de rempastilles wordt automatisch gecompenseerd, en heeft derhalve geen invloed op de werking van de remmen. Daarom moeten de remmen nooit worden geregistreerd. Wanneer men de hendel activeert en deze te elastisch is, is dit waarschijnlijk te wijten aan de aanwezigheid van lucht in het circuit of aan de onregelmatige werking van de rem zelf.
VERMINDEREN. OM DIT TE VOORKOMEN RAADT MEN AAN OM HET VOERTUIG REGELMATIG TE WASSEN BIJ DEZE WEGCONDITIES. Een lekke band Op het voertuig is uitgerust met Tubeless banden (zonder binnenband). In geval van een lekke band, in tegenstelling tot wat gebeurt met een band met binnenband, zal het leeglopen zeer langzaam gebeuren, zodat de rijveiligheid wordt verhoogd. Bij een lekke band is het toegelaten om een noodherstelling uit te voeren met een spuitbus van het type "oppompen en herstellen".
3. Demonteer de bougie met de motor uit en met de zuiger op het onderste dode punt. Voeg langs de boring 1÷2 cc olie toe (grotere hoeveelheden zijn schadelijk voor de integriteit van de motor zelf). Activeer 1-2 maal de startknop voor ongeveer 1 seconde, en laat de motor enkele toeren draaien. Daarna hermonteert men de bougie; 4.
LET OP PER IL LAVAGGIO DEL MOTORE E DEL VEICOLO É SCONSIGLIATO L'UTILIZZO DELL'IDROPULITRICE; NEL CASO CHE NON SIA POSSIBILE EFFETTUARE TALE OPERAZIONE IN UN ALTRO MODO, É NECESSARIO: • USARE SOLAMENTE IL GETTO A VENTAGLIO. • NON AVVICINARE LA LANCIA A MENO DI 2 FT (60 CM). • NON USARE ACQUA A TEMPERATURE SUPERIORI A 100° F (40°C). • NON UTILIZZARE IL GETTO AD ALTA PRESSIONE. • NON UTILIZZARE IL LAVAGGIO A VAPORE.
3 Onderhoud HET VOERTUIG START NIET Noodschakelaar in positie «OFF» Plaats hem op «ON» Beschadigde zekering Vervang de beschadigde zekering en laat het voertuig controleren bij een Erkend Service Centrum ONREGELMATIGHEDEN BIJ DE ONTSTEKING Defecte bougie Zich wenden tot een Erkend Service Centrum. Defecte ontstekingscentrale / injectie. Zich wenden tot een Erkend Service Centrum. Defecte bobijn. Aangezien de aanwezigheid van hoogspanning, moet de controle worden uitgevoerd door experts.
HOOG VERBRUIK EN SLECHTE PRESTATIES Luchtfilter verstopt of vuil Wassen met water en shampoo en in een oplossing van benzine en specifieke olie drenken (raadpleeg het deel «Demontage van de luchtfilter») ONVOLDOENDE REMMING Vettigheid van de schijf. Slijtage van de pastilles. Beschadigde mechanismen van de reminstallatie. Aanwezigheid van lucht in het voorste en achterste remcircuit Zich wenden tot een Erkend Service Centrum.
3 Onderhoud DE STANDAARD KEERT NIET TERUG Aanwezigheid van vuil Reinigen en invetten 79
3 Onderhoud
MP3 400ie Hst.
4 Technische gegevens 04_01 82
4 Technische gegevens DATI MOTORE Type 4-takt monocilindrisch Cilinderinhoud 399 cm³ Boring per slag 85,8 x 69 mm Compressieverhouding 10,6 ± 0,5 : 1 Minimum toerental van de motor 1.500 ± 100 toeren/min Distributie Vier kleppen, monoas met nokken in de kop, gecommandeerd door een ketting. Kleppenspeling Aanzuiging: 0,15 mm Afvoer: 0,15 mm MAX vermogen 24 KW bij 7.250 toeren/min MAX koppel 38 Nm bij 5.
Ontsteking Elektronische inductieve ontsteking met hoge efficiëntie en geïntegreerd met de injectie, variabele voorontsteking en gescheiden H.S bobine. Voorontsteking Met driedimensionale map, beheerd door de centrale Bougie CHAMPION RG 6 HC Bougie als alternatief NGK CR7EKB Voeding Elektronische injectie met elektrische brandstofpomp Brandstof Loodvrije benzine (95 R.O.N.) Uitlaat Van het absorberende type met katalytische convertor en lambdasonde.
Aanzuiging: 0,15 mm 4 Technische gegevens Kleppenspeling Afvoer: 0,15 mm MAX vermogen 24 KW bij 7.250 toeren/min MAX koppel 38 Nm bij 5.250 toeren/min Transmissie Met automatische variator met uitzetbare poelies met koppelservo, trapeziumvormige riem, automatische koppeling. Eindreductie Met raderwerken in een oliebad. Smering Smering van de motor met trochoïdale pomp (intern de carter), oliefilter en by-pass voor de regeling van de druk. Koeling Met geforceerde vloeistofcirculatie.
Brandstof Loodvrije benzine (95 R.O.N.) Uitlaat Van het absorberende type met katalytische convertor en lambdasonde. Normenstelsel emissie EURO 3 4 Technische gegevens GEGEVENS VAN HET VOERTUIG Frame In staalgedrukte buizen en platen Voorste ophanging Gerolsysteem, samengesteld uit een bewogen vierzijde, die bestaat uit alumimiumgegoten armen, en uit twee laterale koppen en schokdempers met een hydraulisch blokkeersysteem.
Tubeless 120/70-12" 51S o 51P Achterste band Tubeless 140/70 - 14" 68S o 68P reinf Spanning van de voorband (met passagier) 1,6 bar (1,8 bar) 4 Technische gegevens Voorste band Spanning van de achterband (met 2,4 bar (2,6 bar) passagier) Droog gewicht 253 ± 5 Kg Maximum toegestaan gewicht 445 Kg Accu 12V/14 Ah VERZEGELD DATI VEICOLO Frame In staalgedrukte buizen en platen Voorste ophanging Gerolsysteem dat is samengesteld uit een bewogen vierzijde, die bestaat uit alumimiumgegoten armen, en
geactiveerd vanaf het stuur met de linker hendel. Type wielvelgen Lichtmetalen velgen.
250 cm³ Vloeistof van de koelinstallatie ~ 1,8 l Brandstoftank (reserve) ~ 12 l (2 l) Bijgeleverd gereedschap (04_02) Eén pijpsleutel; één hendel voor de buissleutel; één dubbele schroevendraaier; één platte sleutel van 13mm; één speciale sleutel voor het regelen van de achterste schokdempers; één plastic tangetje voor het verwijderen van de zekeringen. De gereedschappen vindt men onder het zadel, in een speciale ruimte. Om deze te openen, drukt men op de haaktandjes zoals aangeduid in de figuur.
4 Technische gegevens
MP3 400ie Hst.
Waarschuwingen (05_01) WAARSCHUWING OM EVENTUELE ONGEVALLEN TE VOORKOMEN, MOET MEN HET VOERTUIG VOORZICHTIG BESTUREN INDIEN UITGERUST MET ACCESSOIRES EN ABNORMALE BELASTING, OMDAT DIT DE STABILITEIT, DE PRESTATIES EN DE VEILIGHEID VAN DE SCOOTER KAN VERMINDEREN. 05_01 WAARSCHUWING MEN RAADT AAN OM ORIGINELE PIAGGIO WISSELSTUKKEN TE GEBRUIKEN, OMDAT DIT DE ENIGE ZIJN DIE DEZELFDE KWALITEITSGARANTIE BIEDEN DAN DIEGENE DIE OORSPRONKELIJK OP HET VOERTUIG ZIJN GEMONTEERD.
WANNEER UW SCOOTER UITGERUST IS MET ACCESSOIRES, MAG U NIET HARDER RIJDEN DAN 120 Km/h. ZONDER DEZE ACCESSOIRES KAN U HARDER RIJDEN MET HET VOERTUIG, MAAR TOCH STEEDS BINNEN DE DOOR DE WET VASTGESTELDE LIMIETEN. WANNEER DE SCOOTER IS UITGERUST MET NIET ORIGINELE PIAGGIO ACCESSOIRES, WANNEER ER EEN ABNORMALE LADING AANWEZIG IS, WANNEER DE SCOOTER ZICH NIET IN OPTIMALE ALGEMENE CONDITIES BEVINDT, OF WANNEER DE WEERSOMSTANDIGHEDEN NIET OPTIMAAL ZIJN, MOET MEN DE SNELHEID NOG VERMINDEREN.
5 Onderdelen en accessoires
MP3 400ie Hst.
Tabel gepland onderhoud Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkings en rendementscondities. Daarom werden een reeks onderhoudscontroles en -handelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina.
6 Gepland onderhoud Peil van de koelvloeistof - controle Oliepeil van de remmen - controle Motorolie - vervanging Rempastiles - controle van de staat en de slijtage Spanning en slijtage van de banden - controle Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest Naafolie - vervanging Stuur - Controle Bijwerking van de Software voor de parkeercentrale (waar voorzien) BIJ 5.000 KM 25.000 KM 35.000 KM 55.000 KM 65.
Oliefilter van de motor - vervanging Elektrische installatie en accu - controler Peil van de koelvloeistof - controle Oliepeil van de remmen - controle Motorolie - vervanging Rempastiles - controle van de staat en de slijtage Schuifsleden / variatorrollen - vervanging Spanning en slijtage van de banden - controle Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest Naafolie - controle Ophangingen - controle Stuur - Controle Centrale standaard - smering Bougies - vervanging Kabeltje voor tangcommando slingerblo
6 Gepland onderhoud BIJ 20.000 KM BIJ 40.000 KM BIJ 60.000 KM EN BIJ 80.
30.
Product Beschrijving Kenmerken AGIP ROTRA 80W-90 Olie van de achternaaf Olie SAE 80W/90 die voldoet aan de specifieken API GL3 AGIP CITY HI TEC 4T Olie voor het smeren van flexibele transmissies (gascommando) Olie voor 4-takt motoren AGIP FILTER OIL Olie voor de spons van de luchtfilter Mineraalolie met speciale toevoeging om het adhesief zijn te verhogen AGIP GP 330 Vet met Calciumcomplexzeep NLGI 2; ISO-L- Vet (hendels van rem- en gascommando) XBCIB2 AGIP CITY HI TEC 4T Olie voor de motor
6 Gepland onderhoud
TREFWOORDENREGISTER A K S Accu: 59 Klok: 12 Koelvloeistof: 56 Koplamp: 66 Schijfrem: 73 Schokdempers: 34 Sleutels: 18 Standaard: 39 Start: 38 Stuurslot: 15 B Banden: 52 Bandenspanning: 32 Bougie: 53 L Luchtfilter: 55 T C M Claxon: 16 Motorolie: 48, 49 Technische gegevens: 81 Transmissie: 39 D O Z Display: 13 Onderhoud: 47, 95, 96 Zadel: 22, 26 Zekeringen: 60 I R Identificatie: 27 Immobilizer: 18, 19, 21 Remvloeistof: 58 Richtingaanwijzers: 15, 70 103
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend: PIAGGIO-GILERA behoudt het recht, met onderscheid van de essentiële eigenschappen van het type dat hier wordt beschreven en geïllustreerd, om op eender welk moment, en zonder dat deze uitgave onmiddellijk wordt bijgewerkt, eventuele wijzigingen van onderdelen, details of accessoires aan te brengen, die men gepast vindt om het product te verbeteren of voor eender welke constructieve of commerciële behoefte.