Operation Manual
12
Telefoneren
4.4 Hoorn- en luidsprekervolume
instellen
Tijdens een gesprek,
drukt u op om het volume te verhogen,
drukt u op om het volume te verlagen.
4.5 Gesprek beëindigen
Druk tijdens een bestaande verbinding op om
het gesprek te beëindigen.
4.6 Tweede telefoonnummer kiezen
Druk tijdens een gesprek op .
• R verschijnt op het display en u hoort de
kiestoon.
Voer het gewenste telefoonnummer in.
Zodra het tweede gesprek is aangenomen,
kunt u op drukken om tussen de twee
gesprekken heen en weer te schakelen.
4.7 Tweede gesprek aannemen
Tijdens een gesprek hoort u de aankloptoon,
wanneer er een tweede gesprek binnenkomt. U
kunt het tweede gesprek aannemen zonder het
actuele gesprek te beëindigen.
Druk op wanneer er een tweede gesprek
binnenkomt.
• R verschijnt op het display, het actuele gesprek
wordt vastgehouden en u bent nu met de
tweede beller verbonden.
Druk vervolgens op om tussen de twee
gesprekken heen en weer te schakelen.
4.8 Conferentiegesprek
4.8.1 Conferentiegesprek tot stand
brengen
Tijdens een gesprek met een externe deelnemer
kan een andere handset aan het gesprek
deelnemen door te drukken op .
• Er klinkt een korte pieptoon om aan te geven
dat het conferentiegesprek tot stand is
gekomen.
4.8.2 Conferentiegesprek verlaten
Tijdens een conferentiegesprek drukt u op
om het conferentiegesprek te verlaten.
• De andere handset is nog steeds verbonden
met de externe beller.
4.9 Intern gesprek
U kunt iemand elders in huis gratis bellen door
gebruik te maken van de interne gespreksfunctie.
Houd de -toets ingedrukt.
Wanneer er slechts 2 handsets op hetzelfde
basisstation zijn aangemeld zal het interne
gesprek automatisch tot stand komen.
Anders voert u het handsetnummer in van de
handset waarmee u het interne gesprek wilt
voeren.
Druk op om het interne gesprek aan te
nemen, wanneer het belsignaal klinkt.
4.10 Tekst of cijfers invoeren
U kunt teksten of cijfers invoeren om bijv.
telefoonnummers in het geheugen op te slaan en
voor andere functies.
Druk net zo vaak op de desbetreffende toets
totdat het gewenste teken verschijnt.
Druk op om een teken te wissen. Houd
de -toets ingedrukt om alle tekens te
wissen.
Druk op om te wisselen tussen kleine
letters en hoofdletters.
• De tekens die na het omschakelen worden
ingevoerd verschijnen als hoofdletters of als
kleine letters.
Voorbeeld voor het invoeren van ”Peter”
Druk eenmaal op : P
Druk eenmaal op : P
Druk tweemaal op : Pe
Druk eenmaal op : Pet
Druk tweemaal op : Pete
Druk driemaal op : Peter
1
2
1
2
3
1
2
1
2
3
1
2
3
1
2
3
4
5
6










