Operation Manual
10 Aan de slag
Het is raadzaam om de batterij niet te
verwijderen
wanneer de telefoon is ingeschakeld. U kunt dan al uw
persoonlijke instellingen kwijtraken (zie de informatie
over de veiligheid van de batterij, pagina 72).
1.
Wanneer de batterij in de telefoon is geplaatst en
de batterijdeksel weer is bevestigd, steekt u de
oplader (met de telefoon meegeleverd in de doos)
in de rechteraansluiting onder aan de telefoon,
zoals hier afgebeeld.
2.
Sluit de transformator aan op een stopcontact
waar u makkelijk bij kunt. Het symbool b
geeft de laadstatus aan:
• Tijdens het opladen veranderen de vier
oplaadindicatoren: elk staafje vertegenwoordigt
ongeveer 25% van de lading en het duurt
ongeveer een uur en drie kwartier om de mobiele
telefoon volledig op te laden.
• Wanneer alle vier staafjes ononderbroken
branden, is de batterij volledig opgeladen en
kunt u de oplader verwijderen.
• Wanneer de batterij is opgeladen, verwijdert u de
oplader uit de telefoon door op de
ontgrendelingsknop boven op de aansluiting te
drukken.
• Afhankelijk van het netwerk en de
gebruiksomstandigheden is één opgeladen batterij
voldoende voor zeven uur gesprekstijd en
maximaal één maand stand-bytijd.
Als u de oplader op de telefoon aangesloten laat
wanneer de batterij volledig is opgeladen, heeft dit geen
nadelige gevolgen voor de batterij. U kunt de oplader
alleen uitschakelen door de stekker uit het stopcontact
te halen. Gebruik daarom een makkelijk toegankelijk
stopcontact. U kunt de batterij aansluiten op een IT-
voorziening (alleen in België).
3.
Als u verwacht de telefoon een aantal dagen niet
te zullen gebruiken, is het raadzaam om de
batterij te verwijderen.
U kunt de telefoon gewoon gebruiken wanneer deze
wordt opgeladen. Als de batterij helemaal leeg is,
verschijnt het batterijpictogram pas na twee of drie
minuten opladen.










