Operation Manual

9
Welk programmanummer is voor het gebruik van de videorecorder
bedoeld?
Om de stabiliteit van het TV-beeld tijdens de weergave van een cassette te
garanderen (om het zijdelings kantelen aan de bovenkant van het beeld te
voorkomen), zijn speciale programmaplaatsen (programmanummers) op het
televisietoestel voor het gebruik van een videorecorden gereserveerd. Meestal
is dit het hoogst mogelijke programmanummer, bijv.: '12','16','99', of het
programmanummer '0'. Nadere informatie staat vermeld in de
gebruiksaanwijzing van het televisietoestel.
6 Selecteer dit programmanummer en start het handmatig opzoeken van
de zenders van het televisietoestel, alsof u een nieuwe TV-zender wilt
toevoegen (in het geheugen opslaan) totdat het 'testbeeld' verschijnt.
GEFELICITEERD
MET UW NIEUWE
PHILIPS
VIDEORECORDER
DOORGAANpOK
a Ik zie geen 'Testbeeld'
b Controleer de kabelaansluitingen.
b De videorecorder 'zendt uit' op de frequentie 591 MHz (kanaal CH36)
Herhaal op uw televisietoestel het opzoeken van zenders.
7 Sla deze instelling op in het geheugen van uw televisietoestel onder
het programmanummer voor de videorecorder.
Programmanummer voor de videorecorder
U heeft nu de videorecorder als een TV-zender onder een
programmanummer opgeslagen. Om vanaf de videorecorder te kunnen
weergeven moet u in de toekomst dat programmanummer kiezen (TV-zender
'Videorecorder').
Lees verder in het hoofdstuk 'In gebruik nemen'.
Randapparatuur aansluiten
U kunt randapparatuur, zoals decoders, satellietontvangers, camcorders e.d. op de bus EXT.2
AV 2 aansluiten.
Op de achterkant van de videorecorder zitten twee audiobussen AUDIO OUT L
R (audio-signaaluitgang links/rechts). Hierop kunt u de stereo-installatie aansluiten.
NEDERLANDS
De videorecorder aansluiten