Operation Manual
c Houd de STOP h -toets van de afstandsbediening en de
hSTOP/JEJECT -toets op de videorecorder gelijktijdig
ingedrukt, tot in het display, bijv.: ’M591’ verschijnt.
De videorecorder zendt nu op UHF-kanaal 36 / of de
frequentie 591Mhz het volgende testbeeld uit.
OPTIMALISEER MOD.
OPTIMALISEER FREQ.è 591 p
MODULATOR AAN
________________________________
BEËINDIGENpMENU VASTLEGGENpOK
d Kies de regel ’OPTIMALISEER FREQ.’ met de
P- = of ;P+ -toets. Toets de modulator-frequentie in
met de cijfertoetsen 0-9 .
e Stem het televisietoestel af op de in het display
aangegeven UHF-frequentie af.
f Bevestig met de OK -toets.
In het display verschijnt kort ’OK’.
Het instellen van de modulator is afgesloten.
Modulator uitschakelen
Als een beeld- of geluidstoring niet verholpen kan worden, dan
kunt u de ingebouwde modulator uitschakelen.
Dat is echter alleen mogelijk, als u een scartkabel als
verbinding met het televisietoestel gebruikt. ’Aansluiten
zonder scartkabel’ is niet meer mogelijk als de modulator
uitgeschakeld is.
a Schakel het televisietoestel in. Kies, indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Let erop, dat u geen cassette ingeschoven heeft.
c Druk de STOP h -toets op de afstandsbediening en de
hSTOP/JEJECT -toets op de videorecorder gelijktijdig in,
tot in het display bijv.: ’M591’ verschijnt.
OPTIMALISEER MOD.
OPTIMALISEER FREQ.è 591 p
MODULATOR AAN
________________________________
BEËINDIGENpMENU VASTLEGGENpOK
d Kies met de ;P+ of P- = -toets de regel
’MODULATOR’ op het beeldscherm of ’MOD+’ in het
display.
e Kies met de QSr -toets op het beeldscherm ’UIT’
of in het display ’MOD-’ (modulator uitgeschakeld).
DAls u de modulator weer wilt inschakelen, kies dan
in het display ’MOD+’ (modulator ingeschakeld) met
de QSr -toets.
f Bevestig met de OK -toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
Geluidsspoor kiezen
U kunt het gewenste geluidsspoor voor de weergave kiezen.
Dat is vooral bij meertalige geluidsuitzendingen interessant.
a Druk de SELECT -toets in. Op het beeldscherm verschijnt
de actuele instelling.
b Door de SELECT -toets vaker in te drukken kunt u ´e´en van
de vier aangegeven mogelijkheden (’STEREO’,
’RECHTS’, ’LINKS’of’MONO’, ’GEMENGD’) kiezen.
DOpnamen die met audio-dubbing opnieuw
opgenomen zijn, kunt u met de instelling ’MONO’of
’GEMENGD’ weergeven.
’MONO’: Het opnieuw opgenomen (lineaire)
geluidsspoor.
’GEMENGD’: Het originele geluid (HIFI-geluidsspoor)
samen met het opnieuw opgenomen geluid (lineaire
geluidsspoor).
DIndien op de cassette geen stereo-geluid is
opgenomen, schakelt de videorecorder automatisch
naar mono-geluid om.
24










