Operation Manual
1 Schuif de cassette in het cassettevak. In het display
verschijnt v.
2 Weergave: Druk de PLAY G -toets in.
3 Beeldzoekfunctie: Druk de H (terug) of de I -toets
(vooruit) ´e´en of meerdere keren in. U heeft de keuze uit
meerdere beeldzoek-snelheden.
4 Onderbreken: Druk de STOP h -toets in.
5 Spoelen: Onderbreek de weergave met de STOP h -toets
en druk de H -toets (terugspoelen) of de I -toets
(vooruitspoelen) in. In het display verschijnt:
0:20
Als u tijdens vooruit- of terugspoelen direct op ’beeldzoe-
ken’ wilt overschakelen, gebruik dan de ’Instant View’
functie.
6 Instant View: Houdt u de H -ofde I -toets tijdens
het vooruit- of terugspoelen ingedrukt, dan schakelt u over
op beeldzoeken. Als u de toets loslaat, schakelt de
videorecorder automatisch weer over op vooruit- of
terugspoelen.
7 Cassette uitnemen: Onderbreek de weergave met de
STOP h -toets en druk de STOP/EJECT ? -toets op de
videorecorder in.
Informatie: Sommige functies schakelen na enige tijd
automatisch uit (b.v.: pauze, stilstaand beeld, beeldzoeken).
Daardoor wordt de cassette ontzien en onnodig stroomver-
bruik vermeden.
* Tijdens de beeldzoekfunctie is de beeldkwaliteit slechter.
Het geluid is uitgeschakeld.
Stilstaand beeld
1 Druk de STILL R -toets in. Het beeld blijft staan. Daarbij
treden storingsstrepen op.
2 Telkens als u de STILL R -toets indrukt, beweegt het
beeld ´e´en stap vooruit.
Informatie: Als het stilstaand beeld vertikaal trilt, druk dan in
stap 1 de P r of P q -toets zolang in tot het trillen
minimaal is. Deze instelling wordt automatisch in het
geheugen vastgelegd.
Bij cassettes van slechte kwaliteit kunnen desondanks toch
nog storingen optreden.
Bandpositie/Index-zoekfunctie
Bandpositie: In het display kunt u de verstreken speeltijd in
uren en minuten aflezen.
De videorecorder moet de speelduur bij nieuw geplaatste
cassettes eerst berekenen. Daarom verschijnt eerst de indica-
tie ’-:- -’ en pas na enkele seconden bandbeweging de
speelduur.
Bij camcordercassettes of bij cassettes die voor NTSC-VHS
toestellen zijn gemaakt, kan de aangegeven speelduur onjuist
zijn.
Index-zoek functie: Bij het begin van een opname wordt een
markering op de band geschreven. U kunt deze markeringen
op de band zoeken. Vindt de videorecorder de markering of
een leeg stukje op de band, dan schakelt deze automatisch
over op weergave.
1 Kies de vorige of de volgende markering met de
INDEX E -toets en druk vervolgens op de I -ofde
H -toets.
Informatie: Voor opnamen, die met een andere videorecor-
der gemaakt zijn, en die deze markeringen niet hebben, kunt
u de ’Index zoek-functie’ niet gebruiken.
2. WEERGAVE FUNCTIES
6










