Operation Manual

Algemene informatie
DU schakelt de videorecorder in als u een cassette
inschuift, of als u de STOP h of de 0-9 -toets
indrukt.
DAls de videorecorder enkele minuten niet gebruikt
wordt, dan schakelt deze automatisch uit. Lees in
hoofdstuk BIJZONDERHEDEN de paragraaf
’Automatisch uitschakelen, tuner stand’.
DAls u de videorecorder met de TV/STANDBY m -toets
uitschakelt, verschijnt de tijd, b.v.: ’18:00’.
Als de tijd niet ingesteld is, verschijnt --:--’.
DLaat uw videorecorder altijd op het lichtnet
aangesloten, zodat geprogrammeerde opnamen
mogelijk zijn en het televisietoestel werkt. Het
energieverbruik bedraagt minder dan 6W (Energie
besparen).
DAls de videorecorder geen stroomverzorging heeft,
blijven de zendergegevens ca. 1 jaar en de tijd- en
TIMER-gegevens ca. 7 uur opgeslagen.
Energie besparen
U heeft twee mogelijkheden om uit te schakelen.
Uitschakelen met tijdsaanduiding: Druk op de
TV/STANDBY m -toets. De tijdsaanduiding blijft zichtbaar.
Energie besparen: Druk de TV/STANDBY m -toets tweemaal in.
De tijdsaanduiding op het display verdwijnt.
Noodstop
Het toestel en de afstandsbediening hebben een ’noodstop’. In
elke situatie kunt u alle handelingen met behulp van de
TV/STANDBY m -toets onderbreken.
Zo kunt u, als u problemen bij de bediening heeft, gemakkelijk
stoppen en opnieuw beginnen.
U kunt het bedienen rustig oefenen. Welke toetsen u ook
gebruikt, u kunt geen beschadiging aan het toestel
veroorzaken.
De symbolen in het display van de
videorecorder
In het display van uw videorecorder kunnen de volgende
symbolen oplichten:
Hier ziet u het symbool voor de functie die actief is.
Als een satelliet-opname geprogrammeerd is.
DEC Als een decoder voor de gekozen TV-zender actief
is.
Als een opname wordt gemaakt.
Als een opname is geprogrammeerd of als een
geprogrammeerde opname wordt gemaakt.
D Als een dagelijks terugkerende opnamen zijn
geprogrammeerd.
W Als een wekelijks terugkerende opnamen zijn
geprogrammeerd.
Als er een cassette in het toestel zit.
DATE Voor het intoetsen/kennisgeven van de datum van
de geprogrammeerde opname.
START Voor het intoetsen/kennisgeven van de starttijd van
de geprogrammeerde opname.
PROG. Voor het intoetsen/kennisgeven van de
programmanummer van de geprogrammeerde
opname.
END Voor het intoetsen/kennisgeven van de eindtijd van
de geprogrammeerde opname.
Video Programming System/Programme Delivery
Control: als een VPS of PDC code doorgegeven
word.
Kennisgeving van het programmanummer /
bandpositie / zendernaam / functie.
Bandpositie in seconden, echter alleen als op
LINEAIRE TELLER’ omgeschakeld is.
3. INFORMATIE OVER HET GEBRUIK
10