Operation Manual
Geluidsinstelling kiezen (SMART SOUND)
Tijdens de weergave kunt u de geluidsinstelling veranderen:
a Druk gedurende de weergave op de
SURROUND/SMART # -toets. De huidige instelling
verschijnt.
b Druk de SURROUND/SMART # -toets in, om ´e´en van de
volgende mogelijkheden te kiezen:
’NEUTRAAL’: Voor een neutraal klankbeeld
’SURROUND’: Voor een ruimtelijk klankbeeld
’MUZIEK’: Voor muziek
’SPRAAK’: Voor gesproken tekst
DBevestig de nieuwe instelling met de OK -toets.
’Dolby Virtual Surround’ inschakelen
U kunt ’Dolby Virtual Surround’ voor de televisie (tijdens STOP)
of voor de weergave inschakelen.
a Druk gedurende stop of weergave op de
SURROUND/SMART # -toets. De huidige instelling
verschijnt.
b Druk zovaak op de SURROUND/SMART # -toets tot
’SURROUND’ (’Dolby Virtual Surround’ ingeschakeld) op
het beeldscherm verschijnt.
DAls u een andere instelling kiest wordt ’Dolby Virtual
Surround’ uitgeschakeld.
DBevestig de nieuwe instelling met de OK -toets.
Geluidsspoor kiezen
U kunt het gewenste geluidsspoor voor de weergave kiezen.
Dat is vooral bij meertalige geluidsuitzendingen interessant.
a Druk de SELECT -toets in. Op het beeldscherm verschijnt
de actuele instelling.
b Door de SELECT -toets vaker in te drukken kunt u ´e´en van
de vier aangegeven mogelijkheden (’STEREO’,
’RECHTS’, ’LINKS’of’MONO’, ’GEMENGD’) kiezen.
DOpnamen die met audio-dubbing opnieuw
opgenomen zijn, kunt u met de instelling ’MONO’of
’GEMENGD’ weergeven.
’MONO’: Het opnieuw opgenomen (lineaire)
geluidsspoor.
’GEMENGD’: Het originele geluid (HIFI-geluidsspoor)
samen met het opnieuw opgenomen geluid (lineaire
geluidsspoor).
DIndien op de cassette geen stereo-geluid is
opgenomen, schakelt de videorecorder automatisch
naar mono-geluid om.
37










