Operation Manual
l Druk op de RECORD/OTR n -toets. De videorecorder start
het opnemen van het geluid dat van het andere toestel
komt.
De opname stopt automatisch als de teller ’0:00:00’
bereikt.
DHet normale (lineaire) geluidsspoor wordt opnieuw
opgenomen, het stereo-geluidsspoor blijft
behouden.
m Be¨eindig de functie met de MENU -toets.
DLees voor het weergeven van de geluids-opname de
volgende paragraaf ’Geluidsspoor kiezen’.
Geluidsspoor kiezen
U kunt het gewenste geluidsspoor voor de weergave kiezen.
Dat is vooral bij meertalige geluidsuitzendingen interessant.
a Druk de SELECT -toets in. Op het beeldscherm verschijnt
de actuele instelling.
b Door de SELECT -toets vaker in te drukken kunt u ´e´en van
de viif aangegeven mogelijkheden (’STEREO’, ’RECHTS’,
’LINKS’of’MONO’, ’GEMENGD’) kiezen.
DOpnamen die met audio-dubbing opnieuw
opgenomen zijn, kunt u met de instelling ’MONO’of
’GEMENGD’ weergeven.
’MONO’: Het opnieuw opgenomen (lineaire)
geluidsspoor.
’GEMENGD’: Het originele geluid (HIFI-geluidsspoor)
samen met het opnieuw opgenomen geluid (lineaire
geluidsspoor).
DIndien op de cassette geen stereo-geluid is
opgenomen, schakelt de videorecorder automatisch
naar mono-geluid om.
Volume van de hoofdtelefoon instellen
U kunt het volume van de aangesloten hoofdtelefoons
veranderen.
a Druk tijdens de weergave op de MENU -toets. Het
hoofdmenu verschijnt.
b Kies de regel ’WEERGAVE FUNCTIES’ met de B of
A -toets en bevestig met de C -toets.
c Kies de regel ’HOOFDTEL. VOLUME’ met de B of
A -toets en bevestig met de C -toets.
d Verander het volume met de D of C -toets.
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
Synchroon kopi¨eren (Synchro-Edit)
U kunt met deze videorecorder en een daarvoor uitgeruste
camerarecorder synchroon kopi¨eren. Met behulp van een
synchroon puls en de instelbare inschakeltijd (=Preroll tijd)
worden beide toestellen op het juiste moment gestart.
Videorecorder en camerarecorder
verbinden
a Verbind met een synchro-edit kabel de edit-aansluiting
SYNCHRO EDIT op de linker voorkant van de videorecorder
met de betreffende aansluiting op de camerarecorder.
Beeld en geluid komen via ingang L AUDIO R en VIDEO
(programmanummer ’E3’) in de videorecorder.
Lees ook de gebruiksaanwijzing van uw camerarecorder.
b Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
c Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
d Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de B of
A -toets en bevestig met de C -toets.
e Kies de regel ’CAMERA VERBINDING’ met de B of
A -toets.
f Schakel de camerarecorder op ’stilstaand beeld’
(weergave-pauze).
g Bevestig met de C -toets. Wacht, tot de videorecorder
het aangesloten camerarecorder-type herkend heeft.
E Op het beeldscherm verschijnt:
’VIDEORECORDER STUURT CAMERA’ als de
videorecorder de camera stuurt of ’CAMERA STUURT
VIDEORECORDER’ als de camerarecorder de
videorecorder stuurt.
34










