Operation Manual

g Druk op de STILL R -toets. Op het beeldscherm ver-
schijnt ’STILSTAAND’.
h Druk op de CLEAR (CL) -toets. Op het beeldscherm ver-
schijnt ’0:00:00’.
i Zoek de positie op de band waar u met audio-dubbing
wilt beginnen.
j Druk op de STILL R -toets. Op het beeldscherm ver-
schijnt ’STILSTAAND’.
k Druk op de STOP h -toets.
l Druk op de RECORD/OTR n -toets. De videorecorder start
het opnemen van het geluid dat van het andere toestel
komt. Het normale (lineaire) geluidsspoor wordt opgeno-
men, het stereo-geluidsspoor blijft behouden.
De opname stopt automatisch als de teller ’0:00:00’
bereikt.
m Be¨eindig de functie met de MENU -toets.
DLees voor het weergeven van de opname, in hoofdstuk 5
’EXTRA FUNCTIES’ de paragraaf ’Geluidsspoor kiezen’.
Geluidsspoor kiezen
U kunt het gewenste geluidsspoor kiezen. Dat is vooral bij
meertalige geluidsuitzendingen interessant.
a Druk de SELECT -toets in. Op het beeldscherm verschijnt
de actuele instelling.
b Door de SELECT -toets vaker in te drukken kunt u ´en van
de vier aangegeven mogelijkheden (’STEREO’, ’RECHTS’,
’LINKS’ of ’MONO’) kiezen.
DTijdens de weergave kunt u een vijfde mogelijkheid, de
functie ’GEMENGD’ kiezen. U hoort dan het mono-geluid
van het normale (lineaire) geluidsspoor samen met het
geluid van de stereo-geluidssporen. Zo kunt u opnamen
weergeven die naderhand van geluid zijn voorzien.
DAls er geen stereo-geluid op de cassette opgenomen is,
dan schakelt de videorecorder automatisch naar mono-
geluid om.
Synchroon kopi¨eren (Synchro-Edit)
U kunt met deze videorecorder en een daarvoor uitgeruste
camerarecorder synchroon kopi ¨eren. Met behulp van een
synchroon puls en de instelbare inschakeltijd (=Preroll tijd)
worden beide toestellen op het juiste moment gestart.
Videorecorder en camerarecorder
aanpassen
a Verbind met een synchro-edit kabel de edit-aansluiting
SYNCHRO EDIT op de linker voorkant van de videorecorder
met de betreffende aansluiting op de camerarecorder.
Beeld en geluid komen via ingang L-AUDIO-R en VIDEO
(programmanummer ’E3’) in de videorecorder.
Lees ook de gebruiksaanwijzing van uw camerarecorder.
b Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
c Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
d Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
e Kies de regel ’CAMERA VERBINDING’ met de menutoet-
sen P = of P ; .
f Schakel de camerarecorder op ’stilstaand beeld’ (weer-
gave-pauze).
g Bevestig met de P -toets. Wacht, tot de videorecorder
het aangesloten camerarecorder-type herkend heeft.
h Op het beeldscherm verschijnt:
’STURING VIA VIDEORECORDER’ als de videorecorder de
camera stuurt, of ’STURING VIA CAMERA’ als de camera-
recorder de videorecorder stuurt.
20