Operation Manual
21
DU
Problemen en oplossingen voor
geprogrammeerde opnames
Foutmelding: ‘’ knippert op het display van de
videorecorder
•
Er is geen cassette geplaatst. Plaats een cassette
en schakel de videorecorder uit met
STANDBY/ON y
y
.
• Het wispreventielipje van de cassette is verwijderd.
Zie “Voorkomen van het per ongeluk wissen van
cassettes” bij “Handmatig opnemen” om de
wispreventie ongedaan te maken of plaats een
andere cassette.
Cassette wordt tijdens opname uitgeworpen
• Het eind van de band werd tijdens opname bereikt.
De videorecorder reageert niet
• U kunt de videorecorder niet handmatig bedienen
wanneer een geprogrammeerde opname wordt
gemaakt. Druk op
C / A
van de videorecorder
indien u de geprogrammeerde opname wilt
annuleren.
• Het eind van de band werd tijdens opname bereikt.
De “VOL” foutmelding verschijnt
* Indien deze foutmelding verschijnt na een druk op
SV/V
+
, betekent dit dat alle TIMER blokken reeds
zijn geprogrammeerd. U kunt niet meer opnames
programmeren. Indien u een geprogrammeerde
opname (TIMER blok) wilt wissen, moet u het
overeenkomende programmanummer van het
TIMER LIJST menu kiezen en dan op
CLEAR
drukken.
Programmeren van een opname met
“TURBO TIMER”
Met deze functie kunt u een snel en gemakkelijk
een opname programmeren die binnen de
komende 24 uur moet worden gemaakt.
Hieronder ziet u hoe u een opname kunt
programmeren (de rechts getoonde waarden zijn
uitsluitend voorbeelden).
1. Druk op
TURBO TIMER
.
“STA” wordt even op het
display van de
videorecorder getoond.
Na 2 seconden
verschijnt de starttijd
(basisinstelling is de
huidige tijd) op het
display. Stel de starttijd
voor de opname met
o B
p
C
in.
2. Druk op
TURBO TIMER
.
“End” wordt even op het
display van de
videorecorder getoond.
Na 2 seconden
verschijnt de stoptijd
(basisinstelling is
hetzelfde als de starttijd)
op het display. Stel de
stoptijd voor de opname
met
o B
p
C
in.
3. Druk op
TURBO TIMER
.
“Pro” wordt even op het
display van de
videorecorder getoond.
Na 2 seconden
verschijnt het
programmanummer op
het display. Stel het gewenste
programmanummer met
o B
p
C
in.
4. Druk op
TURBO TIMER
.
Het zojuist ingestelde
programmanummer
wordt getoond. Het programmeren is nu klaar.
5. Plaats een cassette met intact
wispreventielipje (niet beschermd).
Gebruik van “Tape List”
Voor het vastleggen van een opname in de
“Tape List” of het gebruik van een cassette uit
de “Tape List” moet u het cassettenummer
met de
0...9
cijfertoetsen invoeren.
Zie het hoofdstukje “Tape List” voor meer
informatie aangaande de “Tape List”. Druk op
STANDBY/ON y
y
indien u de “Tape List” niet wilt
gebruiken.
6. Met de
0...9
toetsen kunt u “START” (starttijd),
“STOP” (stoptijd), “PROG.” (programmanummer),
“VPS/PDC” en “DATUM” (datum) instellen.
Programmanummers van de “AV1” en “AV2”
scart-aansluiting
U kunt tevens geprogrammeerde opnamen maken
van externe apparatuur via de scart-aansluiting
AV1 (TV) of AV2(DECODER).
7. Druk op
STATUS/EXIT
indien alle informatie juist is
ingevoerd. De geprogrammeerde gegevens
worden in een TIMER blok vastgelegd.
8. Plaats een cassette waarvan het wispreventielipje
intact is (niet tegen wissen beschermd).
Gebruik van “Tape List”
Voor het vastleggen van een opname in de “Tape
List” of het gebruik van een cassette die in de
“Tape List” is ingevoerd, moet u met de
0...9
cijfertoetsen van de afstandsbediening het
cassettenummer invoeren.
De cassette wordt vervolgens gecontroleerd.
Zie het hoofdstukje “Tape List” indien u meer
informatie over de cassettelijst wilt.
Druk op
STANDBY/ON y
y
indien u de “Tape List”
wilt gebruiken.
9. Schakel de videorecorder uit met
STANDBY/ON y
y
.
De geprogrammeerde opname werkt alleen
indien de videorecorder met
STANDBY/ON y
y
.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.
PWR.










