Operation Manual

12
Weergeven via de antennekabel
Als u geen scartkabel wilt gebruiken, dan moet u voor de
weergave van de videorecorder de verbinding via de reeds
aangesloten antennekabel gebruiken.
1 Zet het televisietoestel aan en kies het
programmanummer dat voor de videorecorder-weergave
bestemd is (zie gebruiksaanwijzing van het televisietoe-
stel).
2 Let erop, dat geen cassette ingeschoven is. Druk bij
uitgeschakelde videorecorder enkele seconden de
SYSTEM
in, totdat de modulatorfrequentie b.v.: ’M591’
(UHF-kanaal 36 ) in het display verschijnt. De videorecor-
der zendt een testbeeld.
3 Stel het televisietoestel zo in, dat dit beeld verschijnt.
MODULATOR 591
------------------------
-/+
AAN/UITgCL OK
4 Schakel de videorecorder met de
STANDBY m
-toets uit.
Heeft u de installatie in hoofdstuk 1 ’INSTALLATIE’
onderbroken, ga dan daar met de eerste installatie
verder.
Opmerking: Het kan voorkomen dat in uw woonplaats de
modulatiefrequentie door een andere TV-zender bezet is.
Als dat het geval is, dan wordt bij de ontvangst van ´en
of meerdere TV-zenders de beeldkwaliteit van de TV-
uitzendingen op het televisietoestel slechter.
* Verander de modulatiefrequentie: Als de storing van
de beeldkwaliteit alleen optreedt als de videorecorder
ingeschakeld is, dan moet u de modulatorfrequentie
veranderen. Verander in stap 2de frequentie met de
P r
of de
P q
-toets. Bevestig de veranderde fre-
quency met de
OK
-toets.
* Modulator uitschakelen: Als een beeld-/ geluidstoring
met de bovengenoemde methode niet verholpen kan
worden, dan kunt u de ingebouwde modulator uitscha-
kelen. Dat is echter alleen mogelijk, als u een scartkabel
als verbinding met het televisietoestel gebruikt. ’Weerga-
ve via de antennekabel’ is niet meer mogelijk als de
modulator uitgeschakeld is.
Druk in stap 2de
CLEAR (CL)
-toets zolang in, tot ’MOFF’
(modulator uitgeschakeld) in het display verschijnt. Op
dezelfde manier schakelt u ook weer terug.