Operation Manual
33
Aaneenschakelen van opnamen (montage)
Wanneer u een nieuwe opname op een reeds bespeelde cassette wilt opnemen, kan tussen de
oude en nieuwe opname een korte hapering (trilling) ontstaan, of het beeld kan 'doorrollen'. Om
deze effecten te vermijden, gaat u als volgt te werk:
1 Zoek die plaats op de band op waar de nieuwe opname achter de
oude moet worden geplaatst.
2 Bekijk de laatste minuut van de oude opname (afspelen).
3 Druk op de plaats op de band waar de nieuwe opname moet beginnen
op de STOP h -toets van de afstandsbediening. Op het display
verschijnt ' 9 '.
4 Begin nu met de opname, zoals gewoonlijk, met de
RECORD/OTR n -toets op de afstandsbediening.
5 Met de STOP h -toets beëindigt u de opname.
Omschakelen van de opnamennelheid
(SP/LP)
U kunt de opnamennelheid halveren, om bijvoorbeeld op een cassette 'E240' (= 4:00 uren)
maximaal 8:00 uren op te nemen.
Tijdens de weergave wordt automatisch de juiste opnamennelheid gekozen.
1 Zet het televisietoestel aan. Kies indien noodzakelijk het
programmanummer van de videorecorder.
2 Druk de MENU -toets op de afstandsbediening in. Het hoofdmenu
verschijnt.
3 Kies met de P r= -of ;qP -toets de regel 'OPNAMESNELHEID'
en bevestig dit met de OK -toets.
4 Kies de gewenste opnamennelheid met de Q of P -toets.
'SP'/'LP' AUTO'
'SP': StandardPlay (normale opnamennelheid) biede de normale beeldkwaliteit.
'LP': Long Play (halve opnamennelheid, dubbele opnametijd). Met een iets
slechtere beeldkwaliteit kunt op een cassette van 4 uren (E240) 8 uren
worden opgenomen.
'AUTO': AUTOmatische Long Play. Indien op de geplaatste cassette te weinig
ruimte voor de geprogrammeerde opname beschikbaar is, wordt het
programma automatisch op de snelheid 'LP' (Longplay) opgenomen. Anders
gebeurt de opname op de snelheid 'SP' (Standardplay).
5 Bevestig met de OK -toets.
6 Beëindig met de MENU -toets.
NEDERLANDS
Niet automatische opname










