Operation Manual

Nederlands
NL 39
Netwerkcode, netnummer, landcode
en binnenlandse code instellen
U kunt deze waarden invoeren voor de huidige
locatie van uw telefoon als u ze bij het invoeren
van nummers op uw computer hebt gebruikt.
Als u een nummer naar uw telefoon overbrengt,
gebruikt uw telefoon deze informatie om
deze codes van lokale telefoonnummers te
verwijderen, aangezien ze tot mislukte oproepen
kunnen leiden wanneer ze op een vaste lijn
worden gekozen.
Als u bijvoorbeeld op uw computer het
nummer +49 40 1234567 hebt opgeslagen,
waarbij +49 de lokale landcode is en 40 het
netnummer is, slaat de telefoon dat nummer
op als 040 1234567. De landcode wordt dus
verwijderd en ‘0’ wordt toegevoegd voor lokale
telefoonnummers.
1
Raak in het hoofdmenu aan.
2
Selecteer [Gespreksinstellingen] >
[Netwerkcode] / [Netnummer] /
[Landcode] / [Binnenlandse code].
3
Voer een code van maximaal 4 cijfers in en
raak [OK] aan om te bevestigen.
» De instelling wordt opgeslagen.
De nummers voor voicemail en de
informatieservice bewerken
Er zijn 2 geheugens met rechtstreekse
toegang (toets 1 en 2) vooraf ingesteld in de
contactpersonenlijst van uw handset: voicemail
en informatieservice. U kunt deze 2 nummers
bewerken en er uw gewenste snelkeuzetoetsen
van maken. Wanneer u deze toetsen in de
stand-bymodus ingedrukt houdt op het
virtuele toetsenbord, wordt het opgeslagen
telefoonnummer automatisch gekozen.
1
Raak in het hoofdmenu aan.
2
Selecteer [Gespreksinstellingen] >
[Voicemail] / [Informatieservice].
3
Voer een nieuw nummer in en raak [OK]
aan om te bevestigen.
» De instelling wordt opgeslagen.
Flashsignaalduur instellen
Zorg ervoor dat de ashsignaalduur goed is
ingesteld om tijdens een gesprek een tweede
gesprek te kunnen aannemen. Meestal is de
telefoon al ingesteld op de juiste ashsignaalduur.
U kunt kiezen uit 3 opties: [Kort], [Middel] en
[Lang]. Het aantal beschikbare opties kan per
land verschillen. Neem voor meer informatie
contact op met de serviceprovider.
1
Raak in het hoofdmenu aan.
2
Selecteer [Gespreksinstellingen] >
[Flashduur].
3
Selecteer een optie.
» De instelling wordt opgeslagen.
Kiesmodus
Opmerking
Deze functie verschilt per land en is alleen beschikbaar op
modellen die zowel puls- als toonkiezen ondersteunen.
De kiesmodus moet worden ingesteld op het
telefoonsignaal dat in uw land wordt gebruikt.
De telefoon ondersteunt toonkiezen (DTMF)
en pulskiezen (kiesschijf). Neem voor meer
informatie contact op met de serviceprovider.
1
Raak in het hoofdmenu aan.
2
Selecteer [Gespreksinstellingen] >
[Kiesmodus].
3
Selecteer een optie en raak [OK] aan om
te bevestigen.
» De instelling wordt opgeslagen.