Operation Manual

18 NL
8 Telefoonge-
sprekken voeren
Opmerking
Tijdens een stroomstoring kunt u met de telefoon geen
alarmnummers bellen.
Tip
Controleer de signaalsterkte voordat u gaat bellen
of terwijl u een telefoongesprek voert. (zie ‘De
signaalsterkte controleren’ op pagina 10)
Bellen
1
Druk op .
» Het virtuele toetsenblok wordt
weergegeven.
2
Kies het telefoonnummer en druk op .
3
Selecteer de vaste lijn of de mobiele lijn die
u wilt gebruiken voor het plaatsen van een
oproep.
Opmerking
De gesprekstimer geeft de gesprekstijd weer van het
huidige gesprek.
Als u waarschuwingstonen hoort, is de batterij van de
telefoon bijna leeg of is de telefoon buiten bereik. Laad
de batterij op of beweeg de telefoon in de richting van
het basisstation.
Tip
U kunt ook een oproep plaatsen via de
contactpersonenlijst (zie ‘Een oproep plaatsen via de
lijst met contactpersonen’ op pagina 23), bellijst (zie
‘Terugbellen’ op pagina 30) en uw lijst met favorieten
(zie ‘Een oproep plaatsen via de lijst met favorieten’ op
pagina 27).
U kunt bellen via een bepaalde lijn (zie ‘Lijninstellingen’ op
pagina 40), maar controleer of deze lijn beschikbaar is.
U kunt kiezen uit [Vaste lijn] / [Mobiel 1] / [Mobiel
2] / [Handmatig] voor een uitgaande oproep. Als een
mobiele lijn is gekozen en deze bezet is, wordt [Vaste
lijn] automatisch geselecteerd.