Operation Manual
Draadloos netwerk (WLAN) 21
6 Draadloos netwerk (WLAN)
In een draadloos netwerk (Wireless Local Area Net-
work, WLAN) communiceren ten minste twee compu-
ters, printers of andere apparatuur via radiogolven
(hoge
frequentie
banden) met elkaar. De gegevensover-
dracht in een draadloos netwerk verloopt via de nor-
men 802.11b en 802.11g en 802.11n.
Opmerkingen over gebruik van WLAN!
De werking van veiligheidsinstallaties, medi-
sche of gevoelige apparatuur kan door het
zendvermog
en van het toestel verstoord
raken. Let op eventuele gebruiksvoorschriften
(of -beperkingen) in de buurt van dergelijke
installaties.
Het gebruik van dit toestel ka
n, door het ver-
sturen van hoge frequentie str
aling, de wer-
king van onvoldoende afgeschermde medi-
sche apparatuur evenals gehoortoestellen of
pace
makers beïnvloeden. Richt u tot een arts
of t
ot de fabrikant van het medische toestel
om vast te stellen of deze voldoende zijn afge-
schermd tegen externe hoge frequentie stra-
ling.
Infrastructuur-netwerk
In een infrastructuurnetwerk communiceren meerdere
toestellen via een centraal access point (gateway, rou-
ter). Alle gegevens worden naar het access point (gate-
way, router) gestuurd en van hieruit verder verde
eld.
Draadloos netwerk (WLAN)
in- en uitschakelen
Standaard is het gebruik van het draadloze netwerk uit-
geschakeld. Deze functie kunt u inschakelen.
1 Zet het toestel aan met de aan-/uitschakelaar aan d
e
zijkant.
2 Na het startscherm verschijnt het hoofdmenu.
3 Kies met de navigatieknoppen Instellingen.
4 Bevestig met à.
5 Kies met / WIFI & DL
NA.
6 Bevestig met à.
7 Kies met / Kopiëren.
8 Beve
stig met à.
9 Wijzig de instellingen met /.
10 Bevestig met à.
Met de knop ¿ gaat u een niveau terug in het menu.
Draadloos netwerk (WLAN)
instellen
1 Zet het toestel aan met de aan-/uitschakelaar aan de
zijkant.
2 Na het startscherm verschijnt het hoofdmenu.
3 Kies met de navigatieknoppen Instellingen.
4 Bevestig met à.
5 Kies met / WIFI & D
LNA.
6 Bevestig met à.
7 Kies met / Kopiëren.
8 Beve
stig met à.
9 Kies met / het gewenste draadloze netwerk.
10 Be
vestig met à.
11 Als uw draadloze netwerk beveiligd is met een
wachtwoord, verschijnt er e
en invoervenster. Klik
met de touchpad of met een muis in het invoerveld
(zie ook hoofdstuk Touchpad/gebaren, pagina 8).
12 Geef met de touchpad of een muis het wachtwoord
op het schermtoetsenbord in.
13 Klik op Verbinden.
Met de knop ¿ gaat u een niveau terug in het menu.
GEVAAR!










