User manual

Instellingen wijzigen 17
Toegankelijkheid: Een verscheidenheid
aan toegankelijkheidsopties, waaronder
bijschriften en tekst-naar-spraak
configureren.
Opnieuw opstarten: De ingebouwde
Android TV-dongle opnieuw opstarten.
De projectorinstellingen
wijzigen
1 Druk op op de afstandsbediening
of op op de projector om het
instellingsmenu van de projector openen.
2 Gebruik de navigatietoetsen en de
OK-toets om een menu-onderwerp te
selecteren.
3 Druk op / of / om een waarde te
selecteren voor het menu-onderwerp.
4 Druk op de OK-toets om de wijziging door
te voeren. Opmerking: Voor sommige
opties, zoals Digitaal zoomen, wordt de
wijziging van kracht zodra u een andere
waarde selecteert.
5 Druk op op de afstandsbediening of
op op de projector om het instellingsmenu
van de projector af te sluiten.
Ingangsbroninstellingen
U kunt de volgende ingangsbroninstellingen
bekijken en veranderen.
Ingang Android-TV
HDMI 1
HDMI 2
USB-C
Beeld
Geluid
Projector
Systeem
EasyLink (CEC)
Android-TV: Selecteer deze optie om
de ingebouwde Android TV-dongle te
gebruiken als de ingangsbron. Dit is de
standaard ingangsbron.
HDMI1: Selecteer deze optie om het
apparaat dat is aangesloten op de
HDMI 1-poort van de projector als de
ingangsbron te gebruiken.
HDMI2: Selecteer deze optie om het
apparaat dat is aangesloten op de
HDMI 2-poort van de projector als de
ingangsbron te gebruiken.
USB-C: Selecteer deze optie om het
apparaat dat is aangesloten op de USB-C-
poort van de projector als de ingangsbron
te gebruiken.
EasyLink (CEC): Kies hier om HDMI™ CEC
(Consumer Electronics Control) in of uit
te schakelen. De standaard waarde is
Uitgeschakeld. Tip: Beide HDMI™-poorten
van de projector ondersteunen HDMI™ CEC.
HDMI-modus: Kies hier welke HDMI™-
modus moet worden gebruikt.
Normaal (video): Gebruik het normale
videobereik (16-235) dat gewoonlijk
wordt gebruikt met de meeste media-
apparatuur.
Uitgebreid (pc): Gebruik het uitgebreide
videobereik (0-255) dat wordt gebruikt
met pc-apparatuur.
Tip: Kies de modus "Normaal" tenzij uw
externe apparaat de modus "Uitgebreid"
nodig heeft voor een correcte weergave.
Lees de gebruikshandleiding van het
externe apparaat voor meer informatie.
Foto-instellingen
U kunt de onderstaande foto-instellingen
bekijken en veranderen.
Ingang Afbeeldingsmodus
Kleurtemperatuur
Helderheid
Contrast
Beeld
Geluid
Projector
Systeem
Verzadiging
Afbeeldingsmodus: U kunt de projector
instellen om de volgende beeldmodi te
gebruiken, afhankelijk van uw kijkomgeving
en persoonlijke voorkeur. Na een
beeldmodus te hebben geselecteerd, kunt
u de instellingen ervan aanpassen.
Standaard: Het beeld weergeven met
normale niveaus voor helderheid,
contrast, verzadiging, kleurtint en
scherpte.
Levendig: Het beeld verscherpen door
het contrast, de verzadiging en de
scherpte te verhogen.
Film: De instellingen optimaliseren voor
films.
Gebruiker: Uw eigen instellingen
bepalen.
Kleurtemperatuur: U kunt de projector
instellen om de volgende soorten
kleurtemperaturen te gebruiken. Na
een type kleurtemperatuur te hebben
geselecteerd, kunt u de instellingen ervan
aanpassen.