Operation Manual

111
Nederlands
Afstemmen op een radiozender
1 Druk op POWER y om de laatst gekozen bron in te
schakelen.
2 Stel SOURCE in (of druk op TUNER op de
afstandsbediening) om het gewenste golfgebied te kiezen :
FM of MW.
Als een FM-zender in stereo ontvangen wordt dan
verschijnt het icoontje STEREO”.
3 Druk, indien nodig, op TUNINGPRESET om gewoon
afstemmen te kiezen.
4 Houd S of T ingedrukt tot de frequentie in het
display begint te veranderen en laat dan los.
Het systeem stemt automatisch af op de volgende
radiozender met een voldoende sterk signaal.
Om af te stemmen op een zwakke zender: druk herhaaldelijk
kort op S of T tot de ontvangst optimaal is.
5 Herhaal indien nodig stap 4 tot u de gewenste
radiozender gevonden heeft.
Programmeren van radiozenders
U kunt in het totaal 30 MW- en 30 FM-zenders
programmeren, ongeacht de ontvangstkwaliteit. Stem
automatisch of handmatig af op de gewenste zenders.
Handmatig programmeren
1 Stem af op de gewenste radiozender (zie “Afstemmen op
een radiozender”).
2 Druk op PROGRAM.
Het icoontje PROG begint te branden.
Om een radiozender onder een ander
voorkeuzenummer op te slaan
Druk, terwijl het icoontje “_” knippert, op S of T
(1 / 2 op de afstandsbediening) om het gewenste
voorkeuzenummer te kiezen.
Opmerking:
Als het icoontje “PROG” uitgaat voor u het gewenste
voorkeuzenummer gekozen heeft, druk dan nogmaals op
PROGRAM .
3 Druk nogmaals op PROGRAM om de radiozender op te
slaan.
Het icoontje PROG verdwijnt.
Herhaal de stappen 13 om nog meer radiozenders op
te slaan.
Automatisch programmeren
1 Stel SOURCE opnieuw in (of druk op TUNER op de
afstandsbediening) om het gewenste golfgebied te kiezen :
FM of MW.
Om het automatisch programmeren te starten
vanaf een bepaald voorkeuzenummer
Druk op TUNINGPRESET om de geprogrammeerde
zenders te kiezen en druk vervolgens op S of T
(1 / 2 op de afstandsbediening) om het gewenste
zendernummer te kiezen.
Radio-Ontvangst
RADIO-ONTVANGST
2 Houd PROGRAM ingedrukt tot het icoontje PRESET
knippert.
Alle aanwezige zenders met een voldoende sterk
signaal worden automatisch opgeslagen.
Het programmeren wordt beëindigd wanneer alle
beschikbare radiozenders opgeslagen zijn of als het
geheugen, waarin 30 radiozenders geprogrammeerd
kunnen worden, vol is.
Om zenders van het andere golfgebied op te slaan, herhaalt
u de stappen 1-2.
Om het automatisch programmeren te
beëindigen
Druk nogmaals op PROGRAM.
Opmerkingen:
Als er geen voorkeuzenummer gekozen is dan begint het
automatisch programmeren vanaf voorkeuzenummer (1) en
worden alle eerder opgeslagen voorkeurzenders overschreven.
Als tijdens het programmeren gedurende vijf seconden geen
enkele toets ingedrukt wordt dan wordt het programmeren
automatisch beëindigd.
Luisteren naar een
geprogrammeerde radiozender
Druk, terwijl de tuner gekozen is, op TUNINGPRESET
om de geprogrammeerde zenders te kiezen en druk
vervolgens op S of T (1 / 2 of cijfertoetsen (0-9)
op de afstandsbediening) om het gewenste zendernummer te
kiezen.
Het zendernummer, de radiofrequentie en het
golfgebied verschijnen in het display.
RDS
RDS (Radio Data System) is een systeem dat aan FM-
zenders de mogelijkheid biedt om extra informatie mee te
sturen met het normale FM-radiosignaal.
Stem af op een radiozender van de FM-band en druk
vervolgens herhaaldelijk op RDS om te kiezen uit de
volgende soorten informatie:
PS (Naam van de programmadienst)
Geeft de naam van de programmadienst weer. Als er geen
gegevens beschikbaar zijn dan wordt de frequentie
weergegeven.
CT (Tijd op de klok)
Geeft de tijd weer. Als er geen gegevens ontvangen worden
bij de uitzendingen dan verschijnt in het display NO CT ” .
PTY (Programmatype)
Geeft het type van het ontvangen programma weer.
Bijvoorbeeld: Nieuws, Zaken, Sport enzovoort.
RT (Radiotekst)
Geeft tekstboodschappen weer. Als er geen gegevens
beschikbaar zijn dan wordt overgeschakeld op PS.