Operation Manual

LFF6080
- 71 -
12 - PC-Functies
Een apparaat toevoegen dat met het netwerk is
verbonden
Uw multifunctionele terminal kan aangesloten worden op
een lokaal Ethernet- of draadloos netwerk.
1 Voer de toepassing Companion Monitor uit door op
het pictogram op uw bureaublad te klikken of vanuit
het menu S
TART > ALLE PROGRAMMAS >
C
OMPANION SUITE > COMPANION SUITE PRO LL2 >
C
OMPANION - MONITOR.
2 Klik op het plusteken of op de knop A
DD. .
3 U ziet de lijst met apparaten die op het netwerk zijn
gedetecteerd. Klik op R
EFRESH om de lijst bij te
werken.
De gedetecteerde apparaten worden met de
volgende informatie weergegeven.
4 NetBIOS-naam (hardware-identificatie) of IP-adres
(identificatie van het apparaat in het netwerk).
5 Netwerknaam (door de gebruiker ingesteld). Om
de naam van een apparaat te definiëren in het
lokale netwerk, zie paragraaf Netwerkfuncties,
pagina 51.
6 Selecteer uw multifunctionele apparaat en klik
op OK.
7 Voer een registratienaam in voor uw pc en klik op
OK. Het multifunctionele apparaat gebruikt deze
naam om uw pc te identificeren.
8 Klik op OK.
9 Selecteer de gewenste afdruktaal voor uw printer
en klik op N
EXT.
10 Het volgende venster toont de verschillende
functies van de printer worden geïnstalleerd. Klik
op de knop N
EXT.
11 U ziet het venster met de melding dat de
apparatuur is geïnstalleerd. Klik op de knop F
INISH.
Belangrijk
De Companion Suite Pro-software
moet geïnstalleerd zijn om deze
handeling te kunnen uitvoeren.
B e l a n g r i j k
Alleen apparaten in hetzelfde
subnetwerk als de pc worden
automatisch gedetecteerd en
weergegeven. Om een apparaat in
een ander netwerk toe te voegen,
zie paragraaf Handmatig een
apparaat toevoegen dat met het
netwerk is verbonden, pagina 72.