Operation Manual

LFF6080
- 35 -
6 - Parameters/Instellingen
Weergavetaal
Met deze instelling kunt u de taal kiezen voor de menu's.
De standaardinstelling is Engels.
Om de taal te kiezen:
203 - INSTELLINGEN / GEOGRAFISCH / TAAL
1 Druk op , voer 203 in met behulp van het
toetsenbord.
2 Kies de gewenste taal met de toetsen en, en
bevestig met OK.
3 Druk op om dit menu af te sluiten.
Lokaal prefix
Deze functie wordt gebruikt als uw fax in een
privénetwerk wordt geïnstalleerd, achter een
automatische bedrijfstelefooncentrale. Daarmee kunt u
instellen dat er automatisch een lokaal prefix (in te
stellen) wordt toegevoegd, zodat het bedrijfsnetwerk
automatisch wordt verlaten, op voorwaarde dat:
de interne telefoonnummers van het bedrijf, waarvoor
het prefix niet wordt gebruikt, korter zijn dan de
minimale lengte (bijvoorbeeld 10 cijfers in Frankrijk);
de externe nummers, waarvoor het prefix nodig is,
langer zijn dan of gelijk zijn aan de minimale lengte
(in te stellen, bijvoorbeeld 10 cijfers in Frankrijk).
In twee stappen stelt u het lokale prefix in voor uw fax:
1 stel de minimale lengte (of gelijke lengte) in van
de externe telefoonnummers van het bedrijf,
2 stel het lokale prefix in om het bedrijfsnetwerk te
verlaten. Het prefix wordt automatisch toegevoegd
als een extern telefoonnummer wordt opgeroepen.
252 - INSTELLINGEN / TEL. NETWERK / PREFIX
1 Druk op , voer 252 in met behulp van het
toetsenbord.
2 Voer het vereiste minimale FORMAATNUMMER
van de nummers buiten het bedrijf in en bevestig
met OK.
Die minimumlengte moet tussen 1 en 30 liggen.
3 Voer het vereiste lokale PREFIX om het
bedrijfsnetwerk te verlaten in (max. 10 tekens) en
bevestig met OK.
4 Als u het apparaat hebt geconfigureerd voor het
versturen van faxen via een faxserver (zie
Faxserverconfiguratie, pagina 37), voert u het
vereiste uitgaande plaatselijke prefix voor de
faxserver in en bevestigt u dit met OK.
5 Druk op om dit menu af te sluiten.
Verzendrapport
U kunt een verzendrapport afdrukken voor alle
communicatie via het telefoonnetwerk (RTC).
U kunt kiezen tussen verschillende criteria voor het
afdrukken van rapporten:
MET: een rapport wordt verzonden als de verzending
goed was of als ze definitief geannuleerd werd (maar
er is maar één rapport per aangevraagde verzending),
ZONDER: geen verzendrapport, niettemin vermeldt
uw fax in zijn Logboek verzendingen alle uitgevoerde
verzendingen,
ALTIJD: er wordt bij elke verzendpoging een rapport
afgedrukt,
ZENDFOUT: er wordt alleen een rapport afgedrukt als
de verzendpoging fout ging of de aanvraag tot
verzending definitief werd geannuleerd.
Bij elk verzendrapport uit het geheugen wordt
automatisch een verkleinde afbeelding van de eerste
pagina van het document gevoegd.
Om het type rapport te kiezen:
231 – ZENDEN / ZENDJOURNAAL
1 Druk op , voer 231 in met behulp van het
toetsenbord.
2 Kies de gewenste optie MET, ZONDER, ALTIJD of
ZENDFOUT en bevestig uw keuze met OK.
3 Druk op om dit menu af te sluiten.
U kunt ook een rapport afdrukken voor alle
communicaties die een faxserver heeft verwerkt (zie
Faxserverconfiguratie, pagina 37).
Opmerking
Indien geen enkele
keuzemogelijkheid van de
voorgestelde lijst voor u geschikt is,
selecteer dan de keuze "ANDERE X":
ANDERE 1: TRB21
ANDERE 2: VS
ANDERE 3: Rusland
ANDERE 4: Jordanië
ANDERE 5: Israël
ANDERE 6: TRB21
Belangrijk
Als u een lokaal prefix hebt
ingesteld, voer het dan niet in als u
nummers in het geheugen van de
kiescodes invoert: het wordt
immers automatisch aan elk
nummer toegevoegd.
Opmerking
Om een pauze in te lassen voor een
kiestoon (“/”-teken), drukt u
tegelijkertijd op C
TRL en M of houdt
u de toets 0 (nul) ingedrukt op het
numerieke toetsenbord tot het “/”-
teken verschijnt.