Operation Manual
109
Nederlands
3139 115 20581
Bedieningsknoppen (afbeelding van het volledige systeem op pagina 3)
Bedieningsknoppen op het
systeem en de afstandsbediening
1 ECO POWER
– om het systeem aan te zetten of in de
energiebesparende stand-by-stand te schakelen.
2 STANDBY ON y
– om het systeem aan te zetten of stand-by te
schakelen.
3 DISPLAY SCREEN
– geeft informatie over het systeem.
4 CD-LADE
5 DISC CHANGE
– om cd’s te verwisselen.
6 DISC 1 / DISC 2 / DISC 3 (CD DIRECT)
– om het cd-vak te kiezen waarvan u de cd wilt
afspelen.
7 OPEN•CLOSE
– om de cd-lade te openen of te sluiten.
8 INTERACTIVE VU-METER
– VU-meter (volume unit-meter) voor het
weergeven van het muziekvermogen of voor het
volumeniveau, afhankelijk van de gekozen
instelling.
9 VOLUME
– om het volume harder of zachter te zetten.
0 Bediening van het cassettedeck
AUTO REPLAY (AUTO RE.)
– om de manier van herhaald afspelen te kiezen:
AUTO PLAY (automatisch opnieuw afspelen) of
ONCE (eenmaal).
DUBBING
– om een cassette te kopiëren.
REC
– om een opname te starten op deck 2.
! SOUND NAVIGATION
– om het gewenste klankeffect te kiezen : DSC of
VAC.
@ JOG CONTROL
– om de gewenste geluidsinstelling te kiezen voor
het gekozen klankeffect.
DSC .................. DIGITAL, ROCK, POP, NEWAGE,
CLASSIC of ELECTRIC.
VAC .................. HALL, CONCERT, CINEMA,
DISCO, ARCADE of CYBER.
# INCREDIBLE SURROUND (IS)
– om het surround sound-effect aan en uit te
zetten.
$ wOOx ON•OFF
– om te kiezen tussen het versterkte of het
normale wOOx-klankeffect.
wOOx LEVEL
– om het gewenste wOOx-niveau te kiezen :
WOOX 1, WOOX 2 of WOOX 3.
% ç
– om het cassettevak te openen.
^ CASSETTEDECK 2
& CASSETTEDECK 1
* SOURCE – om te kiezen uit het volgende:
CD / (CD 1•2•3)
– om het cd-vak te kiezen 1, 2 of 3.
TUNER / (BAND)
– om het golfgebied te kiezen : FM, MW of LW.
TAPE / (TAPE 1• 2)
– om cassettedeck 1 of 2 te kiezen.
AUX / (CDR/DVD)
– om het aangesloten externe apparaat te kiezen :
CDR/DVD of AUX (auxiliary).
( Per apparaat verschillend
PLAY PAUSE ÉÅ
bij CD ................. om het afspelen te starten en te
onderbreken.
bij TAPE .............. om het afspelen te starten.
bij PLUG & PLAY…(enkel op het systeem) om
Plug & Play op te starten.
SEARCH• TUNING à á
bij CD ................. om een vorige/volgende passage
te zoeken.
bij TUNER ......... om af te stemmen op een lagere
of hogere radiofrequentie.
bij TAPE .............. om terug of vooruit te spoelen.
bij CLOCK ....... (enkel op het systeem) om het uur
in te stellen.
DEMO STOP/CLEAR Ç
bij CD ................. om het afspelen te beëindigen of
om een programma te wissen.
bij TUNER ........ om het programmeren te
beëindigen.
................................. (enkel op het systeem) om een
geprogrammeerde radiozender
te wissen.
bij TAPE .............. om het afspelen of opnemen te
beëindigen.
................................. om de bandteller op nul te
zetten.
bij DEMO ......... (enkel op het systeem) om het
demonstratieprogramma in/ uit
te schakelen.
pg 105-129/C700-C780/22-Dut 3/7/01, 3:54 PM109










