Operation Manual

98
Nederlands
3139 115 20281
Voorbereiding
Bedieningsknoppen (afbeelding op pagina 3)
E Netaansluiting
Verbind nadat alle andere aansluitingen gemaakt
zijn, het netsnoer met de netingang op het
systeem en stop de stekker in het stopcontact.
Bedieningsknoppen op het systeem
en de afstandsbediening
1 STANDBY-ON
om het systeem aan of stand-by te zetten.
2 PROGRAM
bij CD .................. om cd-nummers te
programmeren.
bij TUNER ......... om zenders te programmeren.
bij CLOCK ........ om te kiezen tussen de 12- of
24-uursklok (enkel op het
systeem).
3 DIGITAL SOUND CONTROL (DSC)
om het gewenste klankeffect te kiezen:
OPTIMAL, JAZZ, ROCK of TECHNO.
4 DISPLAY
voor informatie over wat het systeem doet.
5 CD-LADE
6 DISC CHANGE
om cd’s te verwisselen.
7 OPEN•CLOSE
om de cd-lade te openen of te sluiten.
8 DISC 1 / DISC 2 / DISC 3 (DIRECT
STARTEN VAN EEN CD)
om het cd-vak te kiezen waarmee u het afspelen
wilt starten.
9 BRONKEUZE – om te kiezen tussen:
CD / (CD 1•2•3)
om de cd-speler te bedienen. Als de cd-speler
stilstaat: om het cd-vak (1, 2 of 3) te kiezen.
TUNER / (BAND)
om de tuner te bedienen. Als u de tuner
gekozen heeft: om het golfgebied (FM, MW of
LW) te kiezen.
TAPE / (TAPE 1•2)
om het cassettedeck te bedienen.
AUX (VIDEO)
om het apparaat dat aangesloten is op AUX IN
te bedienen (bijvoorbeeld het geluidskanaal van
een tv, videorecorder, laserdiskspeler, DVD-speler
of cd-recorder).
0 PER APPARAAT VERSCHILLEND
SEARCH à á (TUNING à á)
bij CD .................. om een vorige/volgende passage
te zoeken.
bij TUNER ......... om af te stemmen op een lagere
of hogere radiofrequentie.
bij CLOCK ........ om het uur in te stellen (enkel op
het systeem).
STOP•CLEAR 9
bij CD .................. om het afspelen van een cd te
beëindigen en om een
programma te wissen.
Opmerkingen voor de afstandsbediening:
Kies eerst het apparaat dat u wilt
bedienen door op de bijbehorende
bronkeuzetoets op de afstandsbediening te
drukken (bijvoorbeeld CD, TUNER,
enzovoort).
Kies vervolgens de gewenste functie (
2
,
¡
,
, enzovoort).
Plaatsen van de batterijen in de
afstandsbediening
Plaats de batterijen (type R06 of AA) in de
afstandsbediening zoals aangegeven in het
batterijvak.
+
-
+
-
Verwijder de batterijen als ze leeg zijn of als u ze
langere tijd niet zult gebruiken om te voorkomen
dat ze gaan lekken en zo de afstandsbediening
beschadigen.
Batterijen bevatten chemicaliën en moeten
daarom op de juiste manier ingeleverd worden
pg 95-116/C100/22-Dut 12/6/00, 4:14 PM98