Operation Manual

89
3139 116 19311
Nederlands
BEDIENEN VAN HET SYSTEEM
Opmerkingen:
Ook al wordt de stekker uit het
stopcontact gehaald en weer
aangesloten, toch gaat het
demonstratieprogramma niet van start
tot u het zelf weer inschakelt.
Starten van het demonstratieprogramma
Houd 9
(enkel op het systeem)
gedurende
5 seconden
ingedrukt
terwijl het systeem stand-by staat.
Het demonstratieprogramma gaat
van start.
Easy Set
De EASY SET-functie biedt u de
mogelijkheid om alle beschikbare
radiozenders van een bepaald golfgebied
(FM, MW of LW)
1 Houd STANDBY ON
(enkel op het
systeem)
gedurende
5 seconden
ingedrukt terwijl het systeem stand-by
staat of tijdens het
demonstratieprogramma.
In het display verschijnt "EASY
SET" gevolgd door "TUNER" en
vervolgens "AUTO" (automatisch).
EASY SET begint met de FM-band en
daarna achtereenvolgens de zenders
op de MW- en LW-band.
Alle aanwezige zenders met een
voldoende sterk signaal worden
opgeslagen. In het totaal kunnen 40
zenders opgeslagen worden.
Opmerkingen:
EASY SET begint met de FM-band. Als
daarna nog plaats overblijft om zenders
te programmeren, worden
achtereenvolgens MW- en LW-zenders
opgeslagen.
Als u gebruik maakt van de EASY SET-
functie dan worden alle eerder
geprogrammeerde zenders uit het
geheugen gewist.
Als de EASY SET-functie klaar is dan
verschijnt in het display de zender die
als laatste geprogrammeerd is.
Aanzetten van het systeem
Druk op CD, TUNER, TAPE of AUX.
U kunt het systeem ook aanzetten door op
één van de toetsen voor het direct starten
van de cd te drukken.
Stand-by zetten van het
systeem
Druk opnieuw op STANDBY ON of op
2 op de afstandsbediening.
Het systeem wordt stand-by
geschakeld.
Kiezen van een geluidsbron
Druk op de gewenste bronkeuzetoets:
CD, TUNER, TAPE of AUX.
In het display verschijnt de gekozen
geluidsbron.
Opmerking:
Als u een ander apparaat wilt kiezen,
controleer dan of de linker- en
rechteraudio-uitgang van het apparaat
(bijvoorbeeld van een tv, een
videorecorder, een laserdiskspeler, een
DVD-speler of een cd-recorder)
aangesloten zijn op de AUX IN-
ingangen.
Dimstand
Met deze functie kunt u de helderheid van
het display kiezen.
Druk op DIM om de helderheid voor het
display te kiezen: DIM 1, DIM 2, DIM 3
of DIM OFF (uit).
Het DIM-display gaat aan.
Afhankelijk van de gekozen stand
verschijnt in het display “DIM 1”,
DIM 2”, “DIM 3” of “DIM
OFF”.
DIM OFF - normale helderheid met de
Spectrum Analyzer aan.
DIM 1 - normale helderheid met de
Spectrum Analyzer uit.
DIM 2 - half gedimd met de Spectrum
Analyzer aan.
DIM 3 - half gedimd met de Spectrum
Analyzer uit waarbij alle indicators op
het systeem uitgeschakeld worden.
pg 083-102/C10/22-Dut 3/7/00, 5:11 PM89