Operation Manual
127
Nederlands
BEDIENINGSTOETSEN
Bedieningstoetsen op het
systeem en de
afstandsbediening
1 STANDBY-ON
– om het systeem aan of stand-by te
zetten.
– om automatisch radiozenders op te
slaan door gedurende 5 seconden
ingedrukt te houden.
2 BRONKEUZE : om te kiezen tussen:
CD / (CD 1•2•3)
– om de cd-speler te bedienen. Als de
cd-speler stilstaat: om de cd-lade (1, 2
of 3) te kiezen.
TUNER / (BAND)
– om de tuner te bedienen. Als u de
tuner gekozen heeft: om het
golfgebied (FM, MW of LW) te kiezen.
TAPE / (TAPE 1• 2)
– om het cassettedeck te bedienen. Als
het cassette-deck stilstaat: om het
cassette-deck (deck 1 of 2) te kiezen.
AUX / (VIDEO)
– om het apparaat dat aangesloten is op
AUX IN te bedienen (bijvoorbeeld het
geluidskanaal van een tv, videorecorder,
laserdiskspeler, DVD-speler of cd-
recorder).
3 PER APPARAAT VERSCHILLEND
SEARCH à á (TUNING à á)
bij CD ............ om een vorige/
volgende passage te
zoeken.
bij TUNER ..... om af te stemmen op
een lagere of hogere
radiofrequentie.
bij TAPE......... om de cassette
versneld terug of
vooruit te spoelen;
enkel bij deck 2.
voor de cd-recorder....om achteruit/
vooruit te zoeken.
...................... verplaatsen van de
cursor in het menu/
controleren van het
programma.
STOP•CLEAR Ç (DEMO)
bij CD ............ om het afspelen van
een cd te beëindigen en
om een programma te
wissen.
bij TUNER ..... om het programmeren
te beëindigen.
(enkel op
het systeem)
.
bij TAPE......... om het afspelen of
opnemen te
beëindigen.
bij DEMO ...... om het
demonstratieprogramma
te starten of te
beëindigen
(enkel op
het systeem)
.
voor de cd-recorder....om een
programma te stoppen
of te wissen.
PLAY É / PAUSE Å
bij CD ............ om het afspelen te
starten of te
onderbreken.
bij TAPE......... om het afspelen te
starten.
voor de cd-recorder....om het afspelen
te starten/ te
beëindigen.
# OPEN/CLOSE
– om de cd-lade te openen of te sluiten.
voor de cd-recorder
– om de cd-lade te openen of te sluiten.
$ DISC CHANGE
– om cd’s te verwisselen
% CLOCK•TIMER
– Om de tijd weer te geven en om de
klok of timer in te stellen.
^ RDS
– om het soort van RDS-informatie te
kiezen.
& NEWS!
– om op een vastgestelde tijd
automatisch over te schakelen op een
nieuwsuitzending.
* PROGRAM
– om bij de cd-speler cd-nummers te
programmeren of bij de tuner zenders
te programmeren.
( INCREDIBLE SURROUND
– om het surround-effect aan en uit te
zetten.
) VOLUME
– om het volume in te stellen.
¡ ;
– aansluitbus voor een hoofdtelefoon.
™ OPEN
– om cassettedeck 2 te openen.
£ CASSETTEDECK 2
≤ CASSETTEDECK 1
∞ OPEN
– om cassettedeck 1 te openen.
§ REPEAT / INTRO SCAN
– om een nummer van een cd te
herhalen.
– om de eerste 10 seconden van elk
nummer weer te geven
(enkel voor cds).
PREV í / NEXT ë (PRESET 4 3)
bij CD ............ om naar het begin van
het huidige of van een
vorig/volgend nummer
te gaan.
bij TUNER ..... om een
geprogrammeerde
zender te kiezen.
4 AUTO REPLAY
(enkel op cassettedeck 2)
– om te kiezen tussen de manieren van
afspelen AUTO REPLAY (automatisch
opnieuw afspelen) of ONCE (eenmaal).
5 RECORD
– om het opnemen op deck 2 te starten.
voor de cd-recorder
– om een opname te starten, af te
sluiten en te wissen.
6 DUBBING
– om een cassette met normale snelheid
of versneld te kopiëren.
7 DIGITAL SOUND CONTROL (DSC)
– om het gewenste klankeffect te
kiezen: OPTIMAL, JAZZ, ROCK of
TECHNO.
8 DIGITAL SOUND CONTROL-
BEDIENINGSDISPLAY
– geeft de gekozen DSC-instelling weer.
9 DYNAMIC BASS BOOST (DBB)
– om het versterken van de lage tonen
aan en uit te zetten.
0 DISPLAY SCREEN
– voor informatie over wat het systeem
doet.
! CD-LADE
@ 3 CD DIRECT PLAY
– om het afspelen te starten met één
van de cd’s in de cd-lade.










