Operation Manual

109
Nederlands
Opmerking:
Wilt u een neutrale instelling, kies dan
CLASSIC en schakel de DBB-functie uit.
VIRTUAL ENVIRONMENT CONTROL
(VEC) - virtuele omgeving
Met de VEC-functie kunt u op het systeem
een bepaald type omgeving kiezen.
Druk op VEC om te kiezen tussen HALL,
DISCO, CONCERT, CLUB, CINEMA of
ARCADE.
De gekozen omgeving wordt
omcirkeld.
In het display verschijnt “HALL X,
DISCO X, CONCERT, CLUB
X, CINEMA X of ARCADE X”.
X” geeft het gekozen niveau weer.
Voor elke omgeving, behalve voor
CONCERT, kunt u met de JOG-knop het
niveau wijzigen.
Kies eerst de VEC-functie en draai
vervolgens de JOG-knop tot u de
gewenste omgeving bereikt heeft.
Het niveau wordt hoger of lager
ingesteld tussen niveau 1 en 5.
AUTO SOUND CALIBRATION (ASC) –
automatisch kalibreren van het geluid
Wanneer u de functie DSC of VEC
inschakelt dan kalibreert de ASC-functie
automatisch het nieuwe geluid zodat het
omschakelen soepel verloopt.
BEDIENEN VAN HET SYSTEEM
1 Druk op DSC of VEC.
Het gekozen digitale geluidseffect
wordt omcirkeld.
2 Druk op MORE om het kalibreren in of
uit te schakelen.
3 Druk op ENTER om uw keuze te
bevestigen.
In het display verschijnt
CALIBRATION ON
(kalibreren aan) of
CALIBRATION OFF
(kalibreren uit).
MAX SOUND – maximaal geluid
Met de functie MAX SOUND kunt u een
maximale geluidsindruk creëren dat het
volume en het DBB-effect combineert.
1 Druk op MAX SOUND om de functie in
of uit te schakelen.
In het display verschijnt “MAX
SOUND” (maximaal geluid) of
OFF” (uit).
PERSOONLIJK GELUID
U kunt in het totaal 6 persoonlijke
geluidsinstellingen opslaan.
Druk op PERSONAL om te kiezen
tussen USER 1, USER 2, USER 3, USER
4, USER 5 of USER 6.
In het display verschijnt “USER 1,
USER 2, USER 3, USER 4,
USER 5 of USER 6” (gebruiker
1 tot 6).
Persoonlijke instellingen
Met de JOG-knop kunt u het gewenste
niveau instellen voor uw persoonlijke
instellingen.
1 Houd PERSONAL ongeveer 5 seconden
lang ingedrukt.
De persoonlijke instellingen zijn nu
geactiveerd.
In het display verschijnt “60 HZ”.
2 Draai de JOG-knop naar het gewenste
niveau voor de equalizer-frequentie.
Het niveau van de equalizer-
frequentie verschijnt in het display.
3 Druk op MORE om het volgende niveau
voor de equalizer-frequentie te kiezen.
60 HZ 250 HZ
1 KHZ 4 KHZ
16 KHZ 60 HZ ...
Herhaal de stappen 2 en 3 tot alle
equalizer-frequenties ingesteld zijn.
4 Druk op ENTER om uw persoonlijke
instelling te bevestigen.
In het display verschijnt “STORE
UX” (gebruiker X opslaan). “X” is de
volgende beschikbare persoonlijke
instelling.
Druk op MORE om de plek te kiezen
waar u wilt opslaan.
5 Druk op ENTER om de plek waar u
opslaat te bevestigen.
Herhaal de stappen 1 tot 5 om de
andere persoonlijke instellingen in
te stellen.
Draai de JOG-knop om de snelheid
van het geluidseffect in te stellen na
het kiezen van SURF, STROBE, PAN of
HOLD.
SURF
Met deze functie kunt u het geluid als de
golven van de oceaan laten klinken, alsof
de muziek bovenop de golven surft.
Druk op SURF.
In het display verschijnt “SURF
XX”.
STROBE
Met deze functie kunt u een stroboscopisch
geluidseffect simuleren: de muziek komt en
gaat.
Druk op STROBE.
In het display verschijnt “STRB
XX”.
PAN
Met deze functie kunt u een panoramisch
geluidseffect simuleren waarbij de muziek
door de kamer lijkt te cirkelen.
Druk op PAN.
In het display verschijnt “PAN XX”.