Operation Manual
27
Opname
Inhoudsopgave
5.1.2 Indexmarkeringen toevoegen
Tijdens een opname kunt u indexmarkeringen toevoegen om
belangrijke passages te markeren. In stopmodus kunt u met de
navigatieknoppen
h / b de indexmarkeringen kiezen (zie ook
hoofdstuk 6.2 Opname of muziek weergeven, pagina 30).
1
Druk tijdens een opname op INDEX/a om een indexmarkering
toe te voegen.
X Op het display verschijnt in plaats van de resterende
opnametijd voor korte tijd het nummer van de indexmarkering. U
kunt maximaal 32 indexmarkeringen aan een opname toevoegen.
Tip
• U kunt indexmarkeringen ook toevoegen terwijl de opname
gepauzeerd is.
5.1.3 Met zoomfunctie opnemen(DVT6000 – DVT8000)
Met de zoomfunctie richt het apparaat zich op de voorste microfoon
en schakelt geluiden van opzij uit. Op deze manier is de opname van
een lezing of een toespraak van grotere afstand mogelijk (zie ook
hoofdstuk 9.1.4 Microfoongevoeligheid instellen, pagina 39).
5.1.4 Vooropnamefunctie gebruiken
Met de vooropnamefunctie kunnen de laatste vijf seconden voor het
indrukken van de opnameknop worden opgenomen. Het apparaat gaat
in stand-by en neemt voortdurend een lus van vijf seconden op, zonder
deze op te slaan. Wanneer u op de opnameknop drukt, worden de
laatst opgenomen vijf seconden mee opgeslagen. Met deze functie kunt
u in een gesprek spontaan beslissen om belangrijke passages op te
nemen.
1
Schakel de vooropnamefunctie in (zie ook hoofdstuk 9.1.9
Vooropnamefunctie in- en uitschakelen, pagina 42).
2
Druk op de opnameknop g.
X Het apparaat gaat in stand-by en neemt voortdurend een lus
van vijf seconden op, zonder die op te slaan.
3
Druk op de opnameknop g.
X Het apparaat start de opname en slaat de laatst opgenomen
vijf seconden op.










