User manual

Table Of Contents
29
Instellingen
Inhoudsopgave
8.1.4 Bewerkingsmodus instellen
U kunt een bestaande opname bewerken door een deel van de
opname te overschrijven of aan het einde van een opname een nieuwe
opname aan te voegen. In overschrijvingsmodus wordt de aanwezige
opname vanaf de actuele positie gewist!
1
Druk in stopmodus (startscherm) twee seconden op a/MENU.
2
Kies met a het menu voor opname-instellingen Ó.
3
Kies met h / b de functie Edit mode.
4
Bevestig het met de opnameknop g.
5
Kies met h / bof u een nieuw deel aan een bestaande
opname wilt toevoegen, of u een bestaand deel wilt wissen en
overschrijven. U kunt de functie ook uitschakelen.
X Op het display wordt het symbool van de gekozen
bewerkingsmodus weergegeven:
Å–Opname toevoegen
Æ–Opname overschrijven
6
Bevestig het met de opnameknop g.
7
Druk op de stopknop ~ om het menu te verlaten.
Tip
Druk op de stopknop ~ om de procedure zonder opslaan af te
breken en naar de stopmodus terug te keren.
8.1.5 Stille opname in- en uitschakelen
Met deze functie schakelt u de displayweergave, de status-LED en
de geluidssignalen tijdens een opname uit. Op deze manier kunt u
opnemen zonder zichtbare aanduiding van de opname op het apparaat.
1
Druk in stopmodus (startscherm) twee seconden op a/MENU.
2
Kies met a het menu voor opname-instellingen Ó.
3
Kies met h / b de functie Silent recording.
4
Bevestig het met de opnameknop g.
5
Kies met h / bof u de functie wilt in- of uitschakelen.
6
Bevestig het met de opnameknop g.
7
Druk op de stopknop ~ om het menu te verlaten.
Tip
Druk op de stopknop ~ om de procedure zonder opslaan af te
breken en naar de stopmodus terug te keren.