User manual

25
Instellingen
Inhoudsopgave
Tip
Druk op de stopknop j, om de procedure zonder opslaan af te
breken en naar de stopmodus terug te keren.
8.1.3 Microfoongevoeligheid instellen
Met de microfoongevoeligheid legt u de omgevingssituatie van de
opname vast. Afhankelijk van de afstand van de sprekers past u de
gevoeligheid van de microfoon aan, om achtergrondgeluiden zo veel
mogelijk uit te schakelen.
1
Druk in stopmodus (startscherm) minstens twee seconden op
MENU.
2
Kies met e de functie SENS.
3
Kies met h / b de gewenste opnamekwaliteit.
X Op het display wordt het symbool van de gekozen
microfoongevoeligheid weergegeven:
Ï – hoge gevoeligheid, bron veraf
Î – lage gevoeligheid, bron dichtbij
4
Bevestig het met de opnameknop g.
5
Druk op de stopknop j, om het menu te verlaten.
Tip
Druk op de stopknop j, om de procedure zonder opslaan af te
breken en naar de stopmodus terug te keren.
8.1.4 Meeluisteren tijdens de opname
Met deze functie kunt u bij een lopende opname met de hoofdtelefoon
meeluisteren (zie ook hoofdstuk 4.5.1 Hoofdtelefoon aansluiten,
pagina 16).
1
Druk in stopmodus (startscherm) minstens twee seconden op
MENU.
2
Kies met e de functie LI S T E N .
3
Kies met h / b ON of OFF, om de functie in- of uit te schakelen.
4
Bevestig het met de opnameknop g.
5
Druk op de stopknop j, om het menu te verlaten.
Tip
Druk op de stopknop j, om de procedure zonder opslaan af te
breken en naar de stopmodus terug te keren.