Operation Manual

60
'Zoom'
Met deze functie kunt u op een beeld inzoomen en in het vergrote beeld zwenken.
1 Druk op de toets OK om de zoom in te schakelen.
2 Vervolgens kunt u met de toetsen D , C , B , A de gewenste
zoomfactor instellen.
3 Met de toets ZOOM kunt u de ingestelde zoomfactor in meerdere
stappen vergroten.
4 Met de toets OK wordt het beeld weer op normale grootte
weergegeven.
'Filters'
Met deze functie kunt u de eigenschappen van het beeld wijzigen.
1 Druk op de toets B en selecteer met de toets B of A één van de
weergegeven functies. Bevestig met de toets C .
Welke mogelijkheden staan tot mijn beschikking?
'Sepia': Geeft het totale beeld in bruintinten weer. Zo ziet het beeld er 'oud'
uit.
'Negatief': Het beeld wordt in een zwart-wit negatief veranderd.
'Kleurennegatief': Het beeld wordt in een kleuren negatief veranderd.
Vergelijkbaar met de negatieven van een kleurenfoto.
'Zwart-wit': Het beeld wordt in een zwartwitfoto veranderd.
'Verzacht': In deze instelling kunt u de scherpte van het beeld in drie stappen
verminderen. Van onscherpe contrasten tot zichtbare onscherpte.
Tip
2 Druk zo vaak op de toets A tot de menuregel is gekozen.
'Kleur'
In deze instelling kunt u de rode, groene en blauwe delen van uw beeld wijzigen.
1 Druk op de toets B .
2 Kies de betreffende kleurenregelaar met de toets B of A .
3 Met de toetsen D of C kunt u de kleuren aanpassen.
4 Druk zo vaak op de toets A tot de menuregel is gekozen.
'Reset'
Deze instelling verschijnt alleen, wanneer er al wijzigingen op het beeld zijn aangebracht.
Wanneer u de wijzigingen niet wilt opslaan, kunt u dit met de toets OK bevestigen.
'Bewaren'
Deze instelling verschijnt alleen, wanneer er al wijzigingen op het beeld zijn aangebracht.
Wanneer u de wijzigingen wilt opslaan, kunt u dit met de toets OK bevestigen.
De fotomanager