Operation Manual
Nederlands
112
Met deze functie kunt u snel en eenvoudig opnames maken
van een CD. De tracknummering wordt automatisch
overgenomen van het bronmateriaal. Er kunnen geen
tracknummers handmatig worden toegevoegd. Bij analoog
bronmateriaal wordt een geluidspauze van 2.7 seconden of
meer automatisch als een volgend tracknummer
geïnterpreteerd.
Belangrijk:
- Een opname van een CD-wisselaar moet altijd worden
gestart in de functie RECORD DISC, RECORD TRACK of
MAKE CD.
Preparing for autostart recording
1 Controleer of de disc volkomen stof- en krasvrij is.
2 Druk een aantal malen op SOURCE totdat:
➜ DIGITAL I, OPTICAL I of ANALOG oplicht en DIGITAL
1, OPTICAL of ANALOG op het display verschijnt
(afhankelijk van de gebruikte aansluiting).
3 Druk vanuit de stopstand van de CD-recorder op REC TYPE
eenmaal: om ‘
RECORD DISC
’ te selecteren;
tweemaal: om ‘
RECORD TRACK
' te selecteren;
viermaal: om ‘
MAKE CD
’ te selecteren. (Actief voor
digitale opnames.)
➜ d en SYNC beginnen te knipperen en het display toont
de gekozen opnamefunctie.
•Als het ingangslabel (DIGITAL I) knippert, is de digitale
verbinding niet juist.
Het opnemen starten
1 Druk op PLAY op de geselecteerde bron om het opnemen te
starten.
➜ De CD-recorder begint automatisch op te nemen en d
brandt continu.
•Als u echter de bron midden in een track start, begint het
opnemen aan het begin van de volgende track of, bij een
analoge opname, na een geluidspauze van 2.7 seconden.
•U kunt de verstreken opnametijd controleren door op
DISPLAY te drukken. (Dit kan ook tijdens het opnemen
gebeuren)
•Toets EASY JOG/ENTER kan gebruikt worden om het
opnameniveau in te stellen.
•De CD-recorder stopt automatisch.
2 Het opnemen kan handmatig worden gestopt door op STOP
te drukken op de CD-recorder.
➜ UPDATE licht op en SYNC en d gaan uit.
•Als op STOP 9 wordt gedrukt binnen 3 seconden nadat op
PLAY werd gedrukt, zal er geen opname worden gemaakt.
•Het opnemen kan worden onderbroken door op PAUSE te
drukken op de CD-recorder.
➜ d begint te knipperen. (Opnemen met automatische
start is gedeactiveerd.) Om het opnemen te hervatten,
dient u op RECORD op de CD-recorder te drukken.
Na het opnemen verschijnt gedurende enkele seconden de
aanduiding UPDATE op het display.
Opmerking:
- Als wordt opgenomen van een DAT- of DCC-recorder of van
analoge bronnen, zal het opnemen pas na een geluidspauze
van 20 seconden worden gestopt.
- Automatische tracknummering is altijd actief.
Belangrijk:
Als u de opgenomen CDR- of CDRW-disc wilt afspelen
op een gewone CD-speler, moet de disc eerst
gefinaliseerd worden. Zie Finaliseren van CDR- en
CDRW-discs.
Gefinaliseerde CDRW-discs kunnen alleen worden
afgespeeld op een CD-speler die geschikt is voor het
afspelen van CDRW-discs.
REM
TRACKTIME
DIGITAL
OPTICAL
ANALOG
PROG
SHUFFLE
REPEAT
SCAN
I
I
CD
RW
SYNC MANUAL
RECORD
REMTOTAL
ALL
TRACK
TIME STEPTRACK
REM
TRACKTIME
DIGITAL
OPTICAL
ANALOG
PROG
SHUFFLE
REPEAT
SCAN
I
I
CD
RW
SYNC MANUAL
RECORD
REMTOTAL
ALL
TRACK
TIME STEPTRACK
AUDIO CD RECORDABLE/REWRITABLE
OPEN / CLOSE
PLAY / PAUSE
STOP
REC
TYPE
Recordable
ON / OFF
OPEN / CLOSE
PLAY / PAUSE
STOP
SOURCE
ERASEFINALIZE
AUDIO CD RECORDABLE/REWRITABLE
DISPLAY
RECORD
PHONES
INFRA RED
EASY JOG
STORE/
MENU
PHONES
INFRA RED
EASY JOG
STORE/
MENU
ENTER
CANCEL/
DELETE
Opnemen met automatische start
OPNEMEN










