Operation Manual

27
Tekens/namen
invoeren
De volgende tekens kunnen worden ingevoerd door de toetsen
op het toetsenbord verschillende keren in te drukken. De
invoegpositie schuift automatisch vooruit als u een tijdje niets
invoert of als u een nieuw teken invoert. U schakelt van hoofd-
letters naar kleine letters door op de toets
* te drukken. Als u
nogmaals op deze toets drukt, schakelt u weer terug. Tijdens
het invoeren van tekens, worden op de eerste regel van het
display alle tekens weergegeven die aan de toets zijn toege-
wezen. De huidige positie wordt weergegeven met > <.
Een entry
bewerken
tot Bewerken OK C kort / lang F nieuwe getallen OK C
kort / lang F nieuwe tekens OK
Selecteer de te wijzigen entry met de pijltoetsen voordat u
Bewerken bevestigt. U kunt wijzigingen aanbrengen door
de cursor naar het begin of einde van de entry te verplaatsen
met behulp van de pijltoetsen. U kunt tekens
Wissen met de
C-toets. Druk op Esc als u geen telefoonnummer of naam wilt
wijzigen.
Een entry
wissen
tot Wissen OK Zeker? OK
Gebruik de pijltoetsen om de te wissen entry te selecteren
voordat u
Opties Wissen kiest.
Alle entries
wissen
tot Alles wissen OK Zeker? OK
Met deze functie wist u alle entries.
Toets Hoofdletter Kleine letter
1 ?!1-+*/=&()%¿¡ ?!1-+*/=&()%¿¡
2 ABC2ÄÅÀÁÃÆÇ abc2äåàáãæç
3 DEF3ÈÉÊË def3èéêë
4 GHI4ÌÍÎÏ ghi4ìíîï
5JKL5 jkl5
6 MNO6ÑÖÒÓÔÕØ mno6ñöòóôõø
7 PQRS7ß pqrs7ß
8TUV8ÜÙÚÛ tuv8üùúû
9 WXYZ9 wxyz9
0 (spatie) ,.0:;_”‘^~ (spatie) ,.0:;_”‘^~
* A –> a a –> A
##@$£¥§<>{|}[\] #@$£¥§<>{|}[\]