Operation Manual
12
2. De monitor instellen
5
HVR
O
XW
L
RQ
1
RW
LIL
FDW
L
RQ
&
RORU
/
DQJXDJH
6HWXS
26
'
6
HWWLQ
JV
3L[HO
2
UELWLQ
J
5
HVHW
,
QIRUPDWLRQ
2
I
I
2II
2Q
1
R
'LVSOD\3RUW'DLV\FKDLQ
Als de grafische kaart of video-uitvoer niet
is gecertificeerd voor DisplayPort V1.2,
kunt u een leeg of zwart scherm krijgen.
Ga in dat geval terug naar het OSD-men
u en schakel “DisplayPort Daisychain”
(Serieschakelen DisplayPort) weer “Off”
(Uit).
Waarschuwing
Om onbekende schede te vermijden, moet u
uw DisplayPort-ingangsbron aansluiten op de
poort [DP IN].
2.2 De monitor bedienen
Beschrijving van de bedieningsknoppen
5 4
3
2
1
7
6
10 9 8
1
Schakel de monitor in en uit.
2
Toegang tot het OSD-menu.
Bevestig de OSD-aanpassing.
3
Het OSD-menu aanpassen.
4
Toets Gebruikersvoorkeur. Pas
uw eigen voorkeursfunctie
aan in OSD zodat deze de
“gebruikerstoets” wordt.
5
PiP/PbP/Off (Uit)/Swap
(Wisselen)
6
Terugkeren naar het vorige
OSD-niveau.
7
SmartImage-sneltoets. U kunt
kiezen uit 7 modi: Clinical
D-Image, Text (Tekst), sRGB
image (sRGB afbeelding),
Video, Standard (Standaard),
SmartUniformity, Off (Uit).
8
2,0 megapixel Webcam
9
Activiteitslichtje webcam
10
Microfoon










