Operation Manual

In alle tekstbewerkingscontexten
verschijnt op het display een
toetsenbord, bijv. bij het invoeren van
uw PIN-code bij het opstellen van een
bericht (SMS, e-mail, MMS enz.), bij
het invoeren van een naam in het telefoonboek enz. U
kunt de tekst dan met de pen invoeren, net zoals u het
op het toetsenbord van een PC zou doen. Het gebruik
van de pen komt overeen met het indrukken van de
desbetreffende toetsen op uw telefoon.
De matrix is de grafische afbeelding van de menus
met weergave van de pictogrammen (symbolen). Ieder
pictogram komt overeen met een functie of optie voor
de bediening van uw telefoon. Druk in de inactieve
stand op
,
om de matrix op te roepen. Met de pen
of de navigatietoetsen kunt u vervolgens een menu of
een optie selecteren of activeren, om te wissen drukt u
op
c
.
Door op
<
of
>
in te drukken kunt u tussen
twee opties schakelen, bijv. activeren/deactiveren,
aan/uit, een instelling verhogen/verlagen, enz.
Blader door de menus en keuzelijsten totdat u de
gewenste functie of optie hebt bereikt. Terwijl u door
een lijst navigeert, geeft een rolbalk aan de rechterzijde
van het display de actuele positie binnen de lijst aan.
U kunt met de pen en de navigatietoetsen alle functies
van uw telefoon selecteren of instellen, zoals in de
desbetreffende hoofdstukken van deze
gebruiksaanwijzing staat beschreven.
Sommige gebeurtenissen (zoals gemiste oproepen,
nieuwe berichten enz.) hebben gevolgen voor de
informatie die op het inactieve scherm wordt
weergegeven. Druk in dat geval op
,
om het
bijbehorende menu te openen of druk op
c
om
terug te gaan naar de inactieve stand.
Toetsenbord op het display
Matrix Gebeurtenissen