Operation Manual

Aan de slag 11
De telefoon werkt op een oplaadbare batterij. Een
nieuwe batterij is gedeeltelijk opgeladen en er gaat een
alarmsignaal af wanneer de batterij bijna leeg is.
Het is raadzaam om de batterij niet te
verwijderen
wanneer de telefoon is ingeschakeld. U kunt dan al uw
persoonlijke instellingen kwijtraken (zie de informatie
over de veiligheid van de batterij, pagina 71).
1.
Wanneer de batterij in de telefoon is geplaatst en
de batterijdeksel weer is bevestigd, steekt u de
oplader (met de telefoon meegeleverd in de doos)
in de rechteraansluiting onder aan de telefoon,
zoals hier afgebeeld.
2.
Sluit de transformator aan op een stopcontact
waar u makkelijk bij kunt. Het symbool
b
geeft de laadstatus aan:
Tijdens het opladen veranderen de vier
oplaadindicatoren: elk staafje vertegenwoordigt
ongeveer 25% van de lading en het duurt
ongeveer twee uur en een kwartier om de mobiele
telefoon volledig op te laden.
Wanneer alle vier staafjes ononderbroken branden, is
de batterij volledig opgeladen en kunt u de oplader
verwijderen
.
Wanneer de batterij is opgeladen, verwijdert u de
oplader uit de telefoon door op de ontgrendelings-
knop boven op de aansluiting te drukken.
Afhankelijk van het netwerk en de
gebruiksomstandigheden is één opgeladen batterij
voldoende voor vier uur gesprekstijd en maximaal
zestien dagen stand-bytijd.
Als u de oplader op de telefoon aangesloten laat
wanneer de batterij volledig is opgeladen, heeft dit geen
nadelige gevolgen voor de batterij. U kunt de oplader
alleen uitschakelen door de stekker uit het stopcontact
te halen. Gebruik daarom een gemakkelijk
toegankelijk stopcontact. U kunt de batterij aansluiten
op een IT-voorziening (alleen in België).
3.
Als u verwacht de telefoon een aantal dagen niet
te zullen gebruiken, is het raadzaam om de
batterij te verwijderen.
U kunt de telefoon gewoon gebruiken wanneer deze
wordt opgeladen. Als de batterij helemaal leeg is,
verschijnt het batterijpictogram pas na twee of drie
minuten opladen.
De batterij opladen