Operation Manual
8
5. Steekbreedte
Druk op deze toets om de breedte van de steek in te stellen.
6. Motief spiegelen
Druk op deze toets om een steek/motief te spiegelen en te naaien.
7. Modus selecteren
Druk op deze toets om de directe modus, de modus nuttige en siersteken of blokletters
te kiezen.
C. Geheugentoetsen
8. Wistoets
Indien de verkeerde steek of motief is geselecteerd of geprogrammeerd, druk dan op deze
toets om het te wissen.
9. Pijltoets
Druk op de “
“ toets of “ “ toets tot het gewenste steeknummer in de geprogrammeerde
stekencombinatie verschijnt.
10. Geheugentoets
Druk op deze toets om een geprogrammeerde motiefcombinatie in te voeren of in het
geheugen op te slaan.
D. Selectietoetsen
11. Steekkeuze- en cijfertoetsen
Direct steekkeuze of gebruik de cijfertoetsen voor het kiezen van de gewenste steken.