Operation Manual
61
Probleem Oorzaak Verhelpen
Naad gerimpeld 1.Bovendraad te strak. 1.Corrigeer de draadspanning.
2.Machine niet correct ingeregen. 2.Machine opnieuw inrijgen.
3.De naald is te dik voor de te naaien stof. 3. Kies een naald die bij het garen en de stof
past.
4.De steeklengte is te groot voor de stof. 4.Kies een kortere steeklengte.
5.De persvoetdruk is niet goed ingesteld. 5.Stel persvoetdruk af.
De steken zijn vervormd 1.De gebruikte naaivoet is onjuist. 1.Kies de juiste naaivoet.
2.Bovendraad te strak. 2.Corrigeer de draadspanning.
De machine blokkeert 1.Draad vast in de grijper. Verwijder de bovendraad en het spoelhuis,
draai het handwiel met de hand naar
achteren en voren en verwijder de
draadresten.
2.Transporteur vol met textielresten.
De machine maakt lawaai 1. Pluisjes of olie op de grijper of
naaldstang.
1. Reinig de grijper en transporteur zoals
beschreven.
2.Er wordt een slechte kwaliteit olie gebruikt. 2. Gebruik een goede kwaliteit naaimachine-
olie.
3.De naald is beschadigd. 3.Vervang de naald.
4. Motor van de machine maakt een
brommend geluid.
4.Normaal.
5.Draad vast in de grijper. Verwijder de bovendraad en het spoelhuis,
draai het handwiel met de hand naar
achteren en voren en verwijder de
draadresten.
6.Transporteur vol met textielresten.
Onregelmatige steken,
onregelmatig transport
1.Slechte kwaliteit garen. 1.Kies een betere kwaliteit garen.
2.Het spoelhuis is niet correct ingeregen. 2. Verwijder het spoelhuis, rijg opnieuw in en
plaats het correct.
3.Er is aan de stof getrokken. 3. Trek tijdens het naaien niet aan de stof,
laat dit over aan de machine.
De naaimachine doet
het niet
1.Machine is nog niet aangezet. 1.Zet de machine aan.
2.De persvoetlichter staat nog omhoog. 2.Breng de persvoetlichter omlaag.
3. De machine is niet op het electriciteitsnet
aangesloten.
3.Steek de stekker in het stopcontact.