Operation Manual
23
BOVENDRAADSPANNING
LosStrak
- Basisinstelling bovendraadspanning: “4”
- Om de spanning te verhogen draait u de knop op het eerstvolgende hogere nummer. Om de
spanning te verlagen draait u de knop op het eerstvolgende lagere nummer.
- De juiste spanning is van groot belang voor het uiteindelijke resultaat.
- Geen enkele spanning is geschikt voor iedere steek, elk garen of elke stof.
- Bij 90% van al het naaiwerk zal de spanning tussen ”3” en ”5” (“4” is standaard) liggen.
- Bij al uw decoratieve naaiwerk krijgt u een mooiere steek en minder pluizige stof als u de
spanning van de bovendraad 1 cijfer lager zet, zodat de bovendraad net zichtbaar is aan de
onderkant van de stof.
1. Normale draadspanning voor het naaien
van rechte steken. Boven- en onderdraad
verknopen tussen de stoÀ agen.
2. Draadspanning te los voor het naaien van
rechte steken. Zet de knop op een hoger
nummer. Bovendraad lust aan de onderkant.
3. Draadspanning is te hoog voor het naaien
van rechte steken. Zet de knop op een lager
nummer. Onderdraad lust aan de bovenkant.
4. Normale draadspanning voor zigzag- en
decoratieve steken.
Onderkant
Bovenkant
Bovendraad
Onderdraad
Onderkant
Bovenkant
Bovendraad
Onderdraad
Onderkant
Bovenkant
Bovendraad
Onderdraad
Onderkant
Bovenkant
Bovendraad
Onderdraad