HANDLEIDING 200 c
INSTRUCTIES M.B.T.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28. Elektrische aansluiting Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje. Opmerkingen over de veiligheid • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen. • Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.
INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE ONDERDELEN VAN DE MACHINE ....................................................................................... 6 TOETSEN OP DE NAAIMACHINE .................................................................................................................... 7 LCD-VENSTER .................................................................................................................................................. 9 STEKENTABEL ....................................................
De naaldpositie wijzigen ................................................................................................................................... 35 De steeklengte veranderen .............................................................................................................................. 35 ZIGZAGSTEKEN ............................................................................................................................................. 35 De steeklengte instellen .............
BELANGRIJKE ONDERDELEN VAN DE MACHINE Draadspanningsknop Stekentabel Persvoetdruk Spoelwinder Afdekplaat LCD-venster Functietoetsen Bedieningstoetsen Garenmesje Geheugentoetsen Selectietoetsen Knoopsgathendeltje Draadinsteker Steekplaat Functietoetsen Schuif naaisnelheid Accessoirebox Horizontale garenpen Opening voor tweede garenpen Handvat Handwiel Hoofdschakelaar Persvoetlichter Netsnoer Voetpedaalaansluiting 6 Transporteur verzinken
TOETSEN OP DE NAAIMACHINE A. Bedieningstoetsen 1. Achteruitnaaitoets Houd deze toets ingedrukt voor het achteruitnaaien of voor de versterkte steek bij een lage snelheid. 2. Auto-lock-toets Houd deze toets ingedrukt om de machine direct te laten afhechten of aan het einde een steek of motief, de machine stopt automatisch. 3. Toets voor naald omhoog/omlaag Als u de naald automatisch boven of in de stof wilt laten stoppen, drukt u op deze toets. B. Functietoetsen 4.
5. Steekbreedte Druk op deze toets om de breedte van de steek in te stellen. 6. Motief spiegelen Druk op deze toets om een steek/motief te spiegelen en te naaien. 7. Modus selecteren Druk op deze toets om de directe modus, de modus nuttige en siersteken of blokletters te kiezen. C. Geheugentoetsen 8. Wistoets Indien de verkeerde steek of motief is geselecteerd of geprogrammeerd, druk dan op deze toets om het te wissen. 9. Pijltoets “ toets of “ Druk op de “ stekencombinatie verschijnt.
LCD-VENSTER Directe steekkeuze Auto-lock Naald omhoog Spiegelen Knoopsgathendeltje Garen opspoelen Achteruit Naaldpositie Steeknummer Steekbreedte Directe modus Steekkeuze m.b.
STEKENTABEL Het gedeelte in kleur op onderstaande tabel geeft aan waaruit één steek bestaat. A. Directe steekkeuze (Direct) B. Steken kiezen door intoetsen van een nummer (Patterns) C.
ACCESSOIRES 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Standaard naaivoet (T) Ritsvoet (I) Knoopsgatvoet (D) Overlockvoet (E) Blindzoomvoet (F) Cordonvoet (A) Knoopaannaaivoet Quiltvoet (P) Stop-/borduurvoet Pakje naalden Vilt voor garenpen Tweede garenpen Borsteltje/tornmesje Garenschijf (groot) Garenschijf (klein) Geleider voor doorstikken/quilten 17. Spoeltje (3x) 18. Schroevendraaier (L & S) 19.
MACHINE AANSLUITEN OP DE VOEDINGSBRON Let op: zorg altijd dat de stekker uit het stopcontact is getrokken en de hoofdschakelaar op “O” staat als de machine niet wordt gebruikt of voordat u onderdelen aansluit of verwijdert. OFF ON Machine aansluiten Voordat u het snoer aansluit eerst controleren of de spanning dit stukje verwijderen van de machine overeenkomt met uw elektrische voeding. Zet de naaimachine op een stevige tafel. 1.
BEGINNEN MET NAAIEN Schuif naaisnelheid Met de snelheidsschuif kunt u de naaisnelheid aanpassen. Schuif deze naar rechts om de snelheid te verhogen. Schuif het knopje naar links om de snelheid te verlagen. Voetpedaal Zet de naaimachine eerst uit en steek dan de stekker van het voetpedaal in de aansluiting op de naaimachine. Zet de machine aan en trap het voetpedaal vervolgens langzaam in om te beginnen met naaien. Laat u het voetpedaal los, dan stopt de naaimachine.
DE NAALD VERVANGEN Attentie: zet de hoofdschakelaar op OFF (“O”), als u één van onderstaande handelingen uitvoert! Vervang de naald regelmatig, met name als deze tekenen van slijtage vertoont of problemen veroorzaakt. Plaats de naald overeenkomstig de afgebeelde instructies. A. Draai de naaldklemschroef los en na het plaatsen van de nieuwe naald weer vast. De platte zijde van de naald moet naar achteren wijzen. B. Duw de naald zo ver mogelijk omhoog in de opening.
PERSVOETDRUK AFSTELLEN De persvoetdruk van de machine is af fabriek ingesteld en hoeft voor de meeste stoffen niet te worden gewijzigd. Indien de persvoetdruk toch moet worden aangepast, draai dan de instelschroef naar links of rechts met een muntstuk. Voor het naaien van dikke stof verlaagt u de druk door de schroef tegen de klok in te draaien; voor dunne stof draait u de schroef met de klok mee.
TABEL MET TYPEN NAAIVOETEN NAAIVOET Standaard naaivoet (T) TOEPASSING Normaal naaiwerk, patchwork steken, siersteken, smokwerk, ajourwerk, enz.
GAREN OPSPOELEN Garen opspoelen 1. Plaats het garen en de garenschijf op de garenpen. Bij kleinere klosjes plaatst u de garenschijf met de korte zijde richting het klosje of gebruik een kleinere garenschijf. 2. Plaats de draad in de draadgeleider. 3. Wind het garen met de klok mee rond de spanningschijf voor spoelen. 4. Steek het uiteinde van het garen door één van de gaatjes in het spoeltje zoals afgebeeld en plaats het lege spoeltje op de spoelas. 5.
6. Als de spoelas naar rechts is gedrukt, staat deze in de ” verschijnt op het “opspoelpositie”, het symbool “ LCD-venster. Het symbool verdwijnt weer van het LCD-venster zodra de spoelas weer naar links, in de “naaipositie” is gezet. 7. Houd het uiteinde van het garen stevig in de ene hand. 8. Trap op het voetpedaal om de naaimachine te starten. 9. Nadat de eerste paar slagen zijn opgespoeld stopt u de machine en knipt het uiteinde van garen zo dicht mogelijk bij het gaatje in het spoeltje af.
HET SPOELTJE PLAATSEN Attentie: zet de hoofdschakelaar op off (“O”) voordat u het spoeltje plaatst of verwijdert. Bij het aanbrengen of verwijderen van het spoeltje, moet de naald helemaal omhoog staan. 1. Verwijder de grijperklep. Plaats het spoeltje in het spoelhuis, waarbij de draad tegen de klok in loopt (pijl). 2. Trek de draad door de gleuf (A). 3. Trek de draad naar links en langs de binnenkant van de veer totdat het in de inkeping(B) glijdt en het garen niet meer uit de gleuf (A) slipt. 4.
DE BOVENDRAAD INRIJGEN Let op: het is belangrijk dat het garen correct is ingeregen om problemen tijdens het naaien te voorkomen. Zet eerst de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien. Breng de persvoetlichter omhoog om de spanschijfjes te openen. 1. Breng de garenpen omhoog. Plaats een garenklos op de garenpen zodat de draad vanaf de voorkant van de klos komt, plaats daarna de garenschijf op het uiteinde van de garenpen. 2.
4. Trek de draad omlaag tussen de zilveren spanschijfjes door. 5. Daarna omlaag en rond de veerhouder en terug omhoog naar de draadhefboom. 6. Trek de draad vervolgens van rechts naar links door het oog van de draadhefboom en dan weer omlaag. 7. Laat de draad achter de platte, horizontale draadgeleider langslopen. 8. Geleid de draad door de draadlus. 9. Rijg het uiteinde van de draad van voor naar achteren door de naald en trek de draad nog ca. 10 cm aan.
GEBRUIK VAN DE DRAADINSTEKER Attentie: zet de hoofdschakelaar op off (“O”). Zet de naald in de hoogste stand en breng de naaivoet omhoog. 1. Duw de draadinsteker met het hendeltje omlaag en trek de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld en dan naar rechts. 2. De draadinsteker gaat automatisch naar de draadinsteekpositie en het kleine haakje gaat door het oog van de naald. 3. Leg de draad precies voor de naald van onderen naar boven om het haakje zoals afgebeeld. 4.
BOVENDRAADSPANNING Strak - Los Basisinstelling bovendraadspanning: “4” Om de spanning te verhogen draait u de knop op het eerstvolgende hogere nummer. Om de spanning te verlagen draait u de knop op het eerstvolgende lagere nummer. De juiste spanning is van groot belang voor het uiteindelijke resultaat. Geen enkele spanning is geschikt voor iedere steek, elk garen of elke stof. Bij 90% van al het naaiwerk zal de spanning tussen ”3” en ”5” (“4” is standaard) liggen.
ONDERDRAAD OMHOOG HALEN 1 Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in), de naald gaat omhoog. 2. Trek voorzichtig aan de bovendraad zodat de onderdraad door de opening van de steekplaat verschijnt. De onderdraad komt dan als een lus omhoog. 3. Trek beide draden naar achteren, onder de naaivoet door. DRAAD AFSNIJDEN Breng de naaivoet omhoog. Verwijder de stof, trek de draden naar de linkerkant van de afdekplaat en snij ze af met de draadafsnijder.
PERSVOETLICHTER 1. Met de persvoetlichter brengt u de naaivoet omhoog en omlaag. 2. Bij het naaien van meerdere lagen of dikke stoffen kan de naaivoet nog hoger worden gezet, zodat u de stof makkelijker onder de naaivoet kan brengen. TRANSPORTEUR VERZINKEN Als u de accessoirebox verwijderd, verschijnt de schuif om de transporteur te kunnen verzinken aan de achterkant van de naaimachine. Verzink de transporteur door de schuif naar “ ” (b) te verplaatsen, bijv. voor het aanzetten van knopen.
BEDIENINGSTOETSEN Toets voor naald omhoog/omlaag Auto-lock-toets Achteruitnaaitoets Achteruitnaaitoets Indien de steken 01-16, 32-60 zijn geselecteerd, zal de machine achteruit of een versterkte steek naaien op een lage snelheid als de achteruitnaaitoets is ingedrukt. De machine naait vooruit nadat de toets is losgelaten. Een pijl “ ” op het LCD-venster geeft aan dat achteruit wordt genaaid.
Auto-lock-toets Indien de patronen 01-05 zijn geselecteerd, zal de machine onmiddellijk 3 afhechtsteken naaien als de auto-lock-toets is ingedrukt en daarna automatisch stoppen. Op het LCD-venster verschijnt de ” tot de machine is gestopt. afbeelding “ Indien de steken 06-16, 32-60 zijn geselecteerd en u drukt op de auto-lock-toets, zal de machine 3 afhechtsteken aan het einde van de huidige steek naaien en dan automatisch stoppen. Op het LCD-venster verschijnt de afbeelding “ ” tot de machine is gestopt.
FUNCTIETOETSEN Steekbreedte toets Steeklengte toets Toets motief spiegelen Modus keuzetoets Steekbreedtetoets Indien u een steek selecteert, zal de machine automatisch de aanbevolen steekbreedte instellen, hetgeen wordt aangegeven door de cijfers op het LCD-venster. De steekbreedte kan worden gewijzigd met de steekbreedtetoetsen. Voor een kleinere steek drukt u op de “-“ toets (links). Voor een grotere steek drukt u op de “+” toets (rechts). De steekbreedte kan tussen “0.07.0” worden ingesteld.
Steeklengtetoets Indien u een steek selecteert, zal de machine automatisch de aanbevolen steeklengte instellen, hetgeen wordt aangegeven door de cijfers op het LCD-venster. De steeklengte kan worden gewijzigd met de steeklengtetoetsen. Om de steeklengte te verkleinen drukt u op de “-“ toets (links). Voor een langere steek drukt u op de “+” toets (rechts). De steeklengte kan tussen “0.04,5” worden ingesteld. Sommige steken hebben een beperkte steeklengte.
Motief spiegelen ”-toets De steken 01-16, 32-60 kunnen met de “ worden gespiegeld. Op het LCD-venster verschijnt het symbool voor spiegelen en de machine zal continu het gespiegelde patroon naaien tot de toets spiegelen nogmaals wordt ingedrukt om de functie op te heffen. Als spiegelensymbool van het LCD-venster verdwijnt, zal de machine verder naaien met de normale steek. Wanneer u een andere steek kiest, wordt de functie spiegelen geannuleerd.
GEHEUGENTOETSEN Wistoets Pijltoets Geheugentoets Geheugentoets Druk op de “ ”-toets om naar de geheugenmodus te gaan en combinaties van b.v. letters en siersteken te programmeren. Druk nogmaals op de toets “ ” om de geheugenmodus te verlaten en terug te keren naar de modus ’direct’. Let op: Steken en knoopsgaten in de modus ’direct’ kunnen niet worden geprogrammeerd of in het geheugen worden opgeslagen. Wistoets Druk op deze toets indien u een verkeerde steek heeft geselecteerd.
KEUZETOETSEN Steekkeuze- en cijfertoetsen Steekkeuzetoetsen Indien de modus is ingesteld op de modus direct, kunt u nuttige steken selecteren door gewoon op de toets naast de afbeelding van de steek te drukken die u wilt naaien. Cijfertoetsen Indien de modus keuzetoets is ingesteld op de indirecte modus (Patterns) of de alfabet modus selecteert u de steken of letters d.m.v.de cijfertoetsen.
WETENSWAARDIGHEDEN Het naaien van hoeken 1. Stop de naaimachine wanneer u een hoek heeft bereikt. 2. Breng de naald met het handwiel of de toets naald omhoog/omlaag in de stof. 3. Breng de naaivoet omhoog. 4. Gebruik de naald als draaipunt en draai de stof. 5. Breng de naaivoet omlaag en ga verder met naaien. Achteruit Achteruit naaien wordt gebruikt om draad af te hechten aan het begin en einde van een naad. Druk op de achteruitnaaitoets en naai 4-5 steken.
Naaien in dikke stof Als u op de zwarte toets aan de rechterzijde van de naaivoet drukt voordat de naaivoet omlaag is gebracht, zal de naaivoet in horizontale positie blokkeren. Dit zorgt voor een gelijkmatig begin van een naad en helpt wanneer u meerdere lagen stof moet naaien, zoals bijv. de naden van een spijkerbroek. Karton of dikke stof Wanneer u bij een heel dik punt bent aangekomen, brengt u de naald omlaag en de naaivoet omhoog.
RECHTE STEKEN EN NAALDPOSITIE De naaldpositie wijzigen Deze instelling is bestemd voor de steken 01-05. De vooraf ingestelde positie is “3.5”, de middelste positie. Indien u op de toets “-“ voor de steekbreedte drukt zal de naald naar links bewegen. Indien u op de toets “+” voor de steekbreedte drukt, zal de naald naar rechts bewegen. Op het LCD-venster geeft de afbeelding van de stip en het nummer de positie van de naald aan.
STRETCHSTEEK Rechte stretchsteek Stretchsteken zijn sterk en Àexibel en geven mee met de stof zonder te breken. Geschikt om rafelen tegen te gaan en voor gebreide stoffen, maar ook voor duurzame stof zoals denim. Deze steken kunnen bovendien voor siersteken worden gebruikt. Rechte steek De rechte stretchsteek wordt gebruikt voor een drievoudige versterking van stretchstoffen en ter versteviging van naden.
OVERLOCKSTEKEN Gebruik van de overlockvoet 1. Vervang de naaivoet door de overlockvoet (E). 2. Naai de stof met de rand van de stof tegen de geleider van de overlockvoet. Attentie: De overlockvoet mag alleen worden gebruikt voor de steken 06 en 09 en de steekbreedte mag niet kleiner zijn dan “5.0”. Bij andere steken of een andere breedte kan de naald de naaivoet namelijk raken en daardoor breken. Gebruik van de standaard naaivoet 1. Vervang de naaivoet door DE standaard voet (T) . 2.
BLINDZOOM 11: Een blindzoom in geweven stoffen 12: Een blindzoom in stretchstoffen 5 mm 5 mm Let op: het naaien van een blindzoom vereist zeker enige oefening. Maak daarom eerst een proeÀapje. Bevestig naaivoet F. 1. Vouw de stof zoals afgebeeld met de verkeerde kant boven. Verkeerde Overlocksteken Verkeerde kant kant 2. Leg de stof onder de naaivoet. Draai het handwiel met de hand naar voren tot de naald helemaal links staat. De naald moet net in de vouw van de stof steken.
KNOPEN AANZETTEN 1. Selecteer steek 29 voor het aanzetten van knopen. Vervang de naaivoet door de knoopaannaaivoet. 2. Leg de stof onder de naaivoet. Leg de knoop op zijn plaats en breng de knoopaannaaivoet omlaag op de knoop. 3. Stel de steekbreedte in op ”2.5- 4.5” afhankelijk van de afstand tussen de twee ogen in de knoop. 4. Draai het handwiel om te controleren of de naald correct in het linker en rechter oog van de knoop gaat. 5.
KNOOPSGATEN MAKEN 17: Voor dunne of normale stof 18: Voor horizontale knoopsgaten in blouses of shirts van dunne of normale stof 19: Voor dunne of normale stof 20: Voor horizontale knoopsgaten in blouses of shirts van dunne of normale stof 21: Voor horizontale knoopsgaten in dikke stof 22: Voor dunne of normale stof 23: Voor pakken of jassen 24: Voor dikke jassen 25: Voor jeans of broeken 26: Voor jeans of stretchstof met een grof weefsel 27: Voor stretchstof Let op: maak eerst een knoopsgat in een proeÀap
3. Selecteereen knoopsgat Stel de steekbreedte en steeklengte op de gewenste breedte en dichtheid in. Startpunt 4. Plaats de stof onder de naaivoet, zodat de knoopsgatmarkering overeenkomt met het midden van het knoopsgatvoet. Duw de knoopsgathendel omlaag en druk deze naar achteren. Let op: als u een knoopsgat selecteert, ” verschijnt het symbool “ op het LCD-venster, om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel nog omlaag moet brengen. 5. Begin met naaien, terwijl u de bovendraad losjes vasthoudt.
6. Knoopsgaten worden vanaf de voorkant naar de achterkant van de naaivoet genaaid, zoals afgebeeld. 7. Breng de naaivoet omhoog en knip de draad af. Om hetzelfde knoopsgat nogmaals te naaien, brengt u de naaivoet omhoog (het zal dan terugkeren naar de originele positie). Nadat u het knoopsgat heeft genaaid, duwt u de knoopsgathendel omhoog tot deze niet verder kan. 8. Snij het midden van het knoopsgat open, maar wees voorzichtig en snij niet in de steken.
Knoopsgat inlegdraad in stretchstof maken 1. Bevestig de knoopsgatvoet en haak de inlegdraad aan de achterkant van de naaivoet. Geleid de twee uiteinden van de inlegdraad naar de voorkant van de voet, leg ze in de gleuven en bind ze daar tijdelijk vast. Breng de naaivoet omlaag en begin met naaien. Stel de steekbreedte overeenkomstig de diameter van de inlegdraad in. 2. Trek de inlegdraad strak nadat het knoopsgat is voltooid, en knip de uiteinden af.
TRENS 1. Selecteer patroon 30 om de trens in te stellen. Vervang de naaivoet door de knoopsgatvoet. 2. Trek de knoophouder naar achteren. Stel de knoopgeleiderplaat op de knoopsgatvoet in op de gewenste lengte. 3. Steek de bovendraad door de opening in de naaivoet. Plaats de stof zo, dat de naald zich ca. 2 mm voor de zakopening bevindt, en breng de persvoetlichter omlaag. Startpunt 4. Trek de knoopsgathendel omlaag en duw deze naar achteren.
VETERGAATJES 28: geselecteerd voor gaatjes in ceintuurs, enz. 1. Selecteer steek 28 voor de cordonvoet. Bevestig de cordonvoet (A). 2. Druk op de “-” of “+” voor de steekbreedte om de maat van het gaatje te selecteren. Maat van het gaatje: A. groot: 7.0 mm B. normaal: 6.0 mm C. klein: 5.0 mm. 3. Breng de naald omlaag in de stof aan het begin van de steken en breng dan de naaivoet omlaag. Nadat het naaien is beëindigd, naait de machine automatisch een paar versterkte steken en stopt daarna. 4.
STOP-/VERSTELSTEEK 1. Rijg de bovenste en onderste stof aan elkaar. Selecteer steek 31 om stop-/verstelsteek in te stellen. Vervang de naaivoet door de knoopsgatvoet. 2. Breng de naaivoet omlaag over het midden van scheur. 3. Trek de knoophouder naar achteren. Stel de knoopgeleiderplaat op de knoopsgatvoet in op de gewenste lengte van stop-/verstelsteek. 4. Het formaat van slechts één stop/verstelsteek is variabel. Echter de maximale steeklengte is 2.6 cm en de maximale steekbreedteis 7 mm. a.
5. Plaats de stof zo, dat de naald zich ca. 2 mm voor het gebied bevindt dat moet worden versteld. Steek de bovendraad door de opening in de naaivoet, en breng de persvoetlichter omlaag. Let op: als u de naaivoet omlaag brengt, duw dan niet tegen de voorkant van de naaivoet, anders wordt het stopwerk niet op de gewenste maat genaaid. 6. Duw de knoopsgathendel omlaag en duw deze naar achteren. De knoopsgathendel bevindt zich achter de steun op de knoopsgatvoet.
RITS INNAAIEN Attentie: de ritsvoet mag alleen worden gebruikt met de naald in de middelste stand en met een rechte steek. Met andere steken kan de naald de naaivoet raken en zo breken tijdens het naaien. Een gecentreerde rits innaaien 1. Rijg de geopende rits op het kledingstuk. 2. Duw de naadtoeslag open. Leg de rits omgekeerd op de naadtoeslag met de tanden tegen de naadlijn. Rijg de rits vast. 3. Bevestig de ritsvoet.
QUILTEN Plaats de geleider voor doorstikken/quilten in de naaivoethouder zoals afgebeeld en stel de tussenruimte naar wens in. Naai de eerste rij en verplaats de stof zo dat er parallelle rijen met gelijkmatige blokken ontstaan, waarbij de geleider steeds langs de vorige rij glijdt. SCHULPRANDEN Let op: voor een beter resultaat brengt u een beetje stijfsel op de stof aan en perst u de stof met een heet strijkijzer voordat u gaat naaien. 1.
UIT DE VRIJE HAND, STOPPEN, BORDUREN EN MONOGRAMMEN Zet de schuif van de transporteur naar “ om deze te verzinken. ” Verwijder de naaivoethouder en bevestig de stopvoet/ uit de vrije hand voet aan de naaivoetstang. De hendel (a) moet zich achter de naaldklemschroef (b) bevinden. Druk met uw wijsvinger de naaivoet van achteren stevig aan en draai de schroef (c) vast. Stoppen Let op: Stoppen uit de vrije hand wordt uitgevoerd met verzonken transporteur.
Borduren Selecteer een motief met zigzagsteken en stel de steekbreedte in zoals u wilt. Naai langs de omtrek van het motief door het spanraam te bewegen. Zorg dat u met een constante snelheid naait. Vul het motief daarna op, waarbij u vanaf de omtrek naar binnen werkt. Houd de steken dicht bij elkaar. Er ontstaan langere steken wanneer u de ring sneller beweegt en kortere wanneer u de ring langzamer beweegt. Aan het einde afhechten met de versterkte steek door op de auto-lock-toets te drukken.
SPIEGELEN Let op: - de steken 17-31 kunnen niet worden gespiegeld. - gespiegelde steken kunnen ook worden gecombineerd met andere steken. 1. Selecteer de steek. 2. Druk op de toets spiegelen. Op het LCDvenster verschijnt het symbool voor spiegelen en de machine zal de steek gespiegeld naaien totdat u nogmaals op de toets spiegelen drukt. A. Normale steek naaien. B. Gespiegelde steek naaien.
GEHEUGEN Stekenreeksen kunnen worden opgeslagen, zodat u ze later nog eens kunt gebruiken. Omdat de opgeslagen stekenreeksen niet verloren gaan als de machine wordt uitgezet, kunnen ze op elk moment weer worden gebruikt. Dit is handig voor reeksen, zoals namen, die vaak worden gebruikt. Let op: - de machine heeft een geheugen waarin 30 steekeenheden kunnen worden opgeslagen. - meerdere steken geselecteerd uit de modus “ , ” kunnen worden gecombineerd en tegelijk worden genaaid.
4. Gebruik de pijltoetsen “ ” of “ ” om te controleren wat u heeft geprogrammeerd. ” om de geheugenmodus te 5. Druk op de toets “ verlaten en terug te keren naar de modus direct. Attentie: de geprogrammeerde stekenreeks zal worden gewist uit de geheugenmodus ”-toets heeft gedrukt nadat u de machine heeft uitgezet en niet nogmaals op de “ nadat u uw reeks gecompleteerd heeft.
Geprogrammeerde reeksen oproepen en naaien 1. Druk op de “ ”-toets om naar de geheugenmodus te gaan. De machine begint met de eerste steek van de reeks. 2. Druk op het voetpedaal. De machine begint de eerste steek van de reeks te naaien. Op het LCD-venster worden de instellingen van de steek weergegeven. 3. Indien u wilt controleren wat u heeft geprogrammeerd of een paar steken in de geheugenmodus wilt naaien, gebruik dan de “ ”-toets of “ ”-toets.
WAARSCHUWINGEN Waarschuwing als animatiebericht op venster Knoopsgathendel niet omlaag gebracht Een knoopsgat of stop-/verstelsteek is geselecteerd en het voetpedaal werd ingedrukt terwijl de knoopsgathendel nog omhoog stond. Instructie als animatiebericht op venster Garen opspoelen Het opspoelen is bezig.
HET NAAIMACHINELAMPJE Attentie: zet de schakelaar op OFF en wacht tot het lampje is afgekoeld, voordat u deze gaat vervangen. 1. Verwijder plug (a) , draai de schroef (b) aan de linkerzijde van de naaimachine los en verwijder de afdekplaat (c). 2. Trek het lampje omlaag om het te verwijderen. Vervang het door eenzelfde lamp van 12V/5W. Breng de afdekplaat weer aan en draai de schroef vast. Plaats de plug.
ONDERHOUD Attentie: Trek eerst de stekker uit het stopcontact voordat u het venster en de buitenkant van de machine reinigt, anders kan letsel of een elektrische schok het gevolg zijn. Het venster schoonmaken Als het venster vuil is, maak dit dan voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. Gebruik geen organische oplosmiddelen of reinigingsmiddelen.
3. Verwijder de naald, de naaivoet en de houder. Draai de steekplaatschroef los en verwijder de steekplaat. 4. Til het spoelhuis op en verwijder het. 5. Reinig de spoelhuisruimte, de transporteur en het spoelhuis met een borsteltje. U kunt ze ook met een zachte, droge doek reinigen. 6. Plaats het spoelhuis weer in de spoelhuisruimte, zodat de lip (a) in de stopper (b) past, zoals afgebeeld. 7. Plaats alle andere onderdelen.
VERHELPEN VAN STORINGEN Controleer de volgende punten, voordat u uw dealer belt. Blijft het probleem toch bestaan, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde dealer. Probleem Oorzaak Oplossing Bovendraad breekt 1.Machine niet correct ingeregen. 1.Machine opnieuw inrijgen. 2.Draadspanning is te hoog. 2.Verminder de draadspanning (lager nummer). Onderdraad breekt De machine slaat steken over De naald breekt Losse steken Naden trekken samen of gaan trekken 60 3.De draad is te dik voor de naald.
Probleem Oorzaak Verhelpen Naad gerimpeld 1.Bovendraad te strak. 1.Corrigeer de draadspanning. 2.Machine niet correct ingeregen. 2.Machine opnieuw inrijgen. 3.De naald is te dik voor de te naaien stof. 3.Kies een naald die bij het garen en de stof past. 4.De steeklengte is te groot voor de stof. 4.Kies een kortere steeklengte. De steken zijn vervormd De machine blokkeert De machine maakt lawaai 5.De persvoetdruk is niet goed ingesteld. 5.Stel persvoetdruk af. 1.
BEKNOPTE REFERENTIEKAART Steek Nuttige steken Knoopsgaten Cordonsteken Kruissteken Lengte (mm) Naai Auto Breedte (mm) Handmatig Auto Handmatig voet Achteruit Auto-lock Spiegelen/naaivoet Functies Tweelingnaald Geheugen 01 3.5 0.0~7.0 2.5 0.0~4.5 T * * * * * 02 0.0 0.0~7.0 2.5 0.0~4.5 T * * * * * 03 3.5 0.0~7.0 2.5 1.0~3.0 T * * * * * 04 3.5 1.0~6.0 2.5 1.0~3.0 T * * * * * 05 3.5 0.0~7.0 2.5 1.5~3.0 T * * * * * 06 5.0 0.0~7.0 2.0 0.
Steek Siersteken Auto Breedte (mm) Handmatig Auto Lengte (mm) Handmatig Naaivoet Achteruit Auto-lock Spiegelen/naaivoet Functies Tweelingnaald Geheugen 41 6.0 3.0~7.0 1.5 1.0~3.0 A * * * * * 42 5.0 2.5~7.0 2.5 1.5~3.0 A * * * * * 43 5.0 2.5~7.0 2.0 1.0~3.0 A * * * * * 44 7.0 3.0~7.0 2.0 1.0~3.0 T * * * * * 45 5.0 3.0~7.0 2.5 1.5~4.5 A * * * * * 46 7.0 2.5~7.0 2.0 1.0~3.0 T * * * * * 47 5.0 2.5~7.0 2.5 1.5~3.
www.pfaff.