Operation Manual
84
Basisbediening
3
U kunt de flitsintensiteit aanpassen in een bereik van -2,0 tot +1,0.
De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/3 LW en 1/2 LW.
Stel de trapinterval in bij [1. LW-stappen] (p.126) in het menu [A Pers.instelling 1].
Corrigeren van de flitsintensiteit
Trapinterval Flitscorrectie
1/3LW -2,0; -1,7; -1,3; -1,0; -0,7; -0,3; 0,0; +0,3; +0,7; +1,0
1/2LW -2,0; -1,5; -1,0; -0,5; 0,0; +0,5; +1,0
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto
maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van
de flitser op deze manier wordt fotograferen met daglichtsynchronisatie
genoemd. Bij het fotograferen met daglichtsynchronisatie wordt de
functie Flitser aan gebruikt.
Opnamen maken (in de stand e)
1 Klap de flitser handmatig uit en controleer of de flitsfunctie
is ingesteld op E.
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
e_kb474.book Page 84 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM