Operation Manual

60
Voorbereidingen
2
Het objectief bevestigen
Koppel een passend objectief op de body van de camera.
Als u een van de volgende objectieven met de Q gebruikt,
zijn alle belichtingsstanden beschikbaar.
(a) DA-, DA L-, D FA-, FA J-objectieven
(b) Objectieven met een diafragma s-stand (Auto), als de stand
s wordt gebruikt
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Verwijder de bodydop (1)
en de achterlensdop van
het objectief (2).
Zet een los objectief altijd met de vatting
omhoog neer om beschadiging van
de objectiefvatting te voorkomen.
3
Zorg dat de richttekens
objectiefvatting (de rode puntjes;
3) op de camera en het objectief
tegenover elkaar liggen.
Draai vervolgens het objectief
met de klok mee tot het vastklikt.
Draai het objectief, nadat u het op
de body hebt bevestigd, tegen de klok
in om te controleren of u het goed hebt
gemonteerd.
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen
om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
Als objectieven die bij (b) zijn beschreven, worden gebruikt in een stand
anders dan s, zijn sommige functies beperkt bruikbaar. Zie “Opmerkingen
over [37. Diafragmaring gebruiken]” (p.320).
Bij de fabrieksinstellingen werkt de camera niet met andere objectieven
en accessoires. Stel [37. Diafragmaring gebruiken] in het menu
[A Pers.instelling 6] in op [Toeget.] om ze wel te kunnen gebruiken. (p.320)
3
e_kb474.book Page 60 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM