Operation Manual
335
Bijlage
10
De autofocus
werkt niet.
Er kan moeilijk worden
scherpgesteld op het
onderwerp
De autofocus kan niet goed scherpstellen
op onderwerpen met een laag contrast
(de lucht, witte muren), donkere kleuren,
ingewikkelde patronen, onderwerpen die
snel bewegen of landschappen die door
een raam of netpatroon worden
gefotografeerd. Stel scherp op een ander
onderwerp op dezelfde afstand, richt
vervolgens op het onderwerp en druk de
ontspanknop helemaal in. Gebruik anders
de handmatige scherpstelling. (p.136)
Het onderwerp
bevindt zich niet in
scherpstelveld
Plaats het onderwerp in het scherpstel-
kader in het midden van de zoeker. Valt
het onderwerp buiten het scherpstelkader,
richt de camera dan op het onderwerp,
stel scherp en vergrendel de scherpstelling
(houd de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt), kader het beeld opnieuw uit en
druk de ontspanknop helemaal in. (p.134)
Het onderwerp is te
dichtbij
Neem meer afstand tot het onderwerp
en maak een opname.
Scherpstelfunctie is
ingesteld op \
Zet de scherpstelfunctieknop op l
of A. (p.128)
De scherpstelfunctie is
ingesteld op k
Autofocus wordt niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als de scherp-
stelfunctie wordt ingesteld op k (A).
De camera blijft scherpstellen op het
onderwerp wanneer de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt. Als er een
onderwerp is waarop u wilt scherpstellen,
schuift u de scherpstelfunctieknop naar
l en gebruikt u de scherpstel-
vergrendeling. (p.134)
Het
belichtings-
geheugen
werkt niet
Het belichtingsgeheugen
is niet beschikbaar in de
standen B, p en M.
Stel de belichtingsfunctie in op een
andere stand dan B (Snelinstelling),
p (Tijdopname) of M (Flitser X-sync
snelheid).
Probleem Oorzaak Oplossing
e_kb474.book Page 335 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM