Operation Manual

225
Opname-instellingen
6
2
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) de Beeldtintstand.
3
Kies een onderdeel met
de vierwegbesturing (23).
Als Beeldtint is ingesteld op
[Monochroom], kunt u instellingen
wijzigen voor [Filtereffect], [Kleur
aanpassen], [Contrast] en [Scherpte].
4
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing (45).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instelling.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram
(dit wordt niet weergegeven als Beeldtint is ingesteld op [Monochroom]).
Beschikbare bewerkingen
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
e-knop aan de
voorzijde (R)
Instellingen opgeven voor contrast in-
en uitschakelen.
e-knop aan de
achterzijde (S)
Schakelen tussen [Scherpte] en [Fijne scherpte].
Als [Fijne scherpte] is ingesteld, kunt u opnamen
maken met scherpere contouren.
Hoofdschakelaar
(|)
U kunt met Digitaal voorbeeld de
achtergrondafbeelding weergeven
met de geselecteerde instelling
(niet beschikbaar bij Live Weergave).
Knop L Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als]
en druk op de knop 4 (niet beschikbaar bij
Live Weergave).
Helder
Helder
Annul.
Voorbeeld
MENU
AE.L
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
F
F
OK
OK
Portret
Portret
Annul.
Voorbeeld
MENU
AE.L
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
F
F
OK
OK
e_kb474.book Page 225 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM