Operation Manual

217
Opname-instellingen
6
Opnamen corrigeren
De eigenschappen van de camera en het objectief kunnen automatisch
worden aangepast bij het maken van opnamen.
De helderheid wordt aangepast en er wordt voorkomen dat er lichte
en donkere gebieden ontstaan.
Uitbreiding van het dynamisch bereik en het lichtniveau dat door de pixels
van de CMOS-sensor wordt uitgedrukt, en voorkomen dat er lichte en
donkere gebieden ontstaan.
1
Kies [Instelling D-range] in het menu [A Opnamemodus 1]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Instelling D-range] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om
[Hooglichtcorrectie] te selecteren.
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
4
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Schaduwcorrectie]
te selecteren.
5
Selecteer Uit, Laag, Normaal of Hoog met
de vierwegbesturing (45).
De helderheid aanpassen
D-Range-instelling
Instelling D-range
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
MENU
e_kb474.book Page 217 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM