Operation Manual
189
De flitser gebruiken
5
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma
en afstand op elkaar zijn afgestemd voor een juiste belichting.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit
onvoldoende is.
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste
waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde
flitser.
Voorbeeld:Bij een gevoeligheid van [ISO 100] en een diafragmawaarde
van F2,8
L1 = 13 ÷ 2,8 = ca. 4,6 (m)
L2 = 4,6 ÷ 5 = ca. 0,9 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,9 tot 4,6 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp 0,7 meter of minder bedraagt,
kan de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze
afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname,
onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
ISO-gevoeligheid Richtgetal ingebouwde flitser
ISO 100 Ca. 13
ISO 200 Ca. 18,4
ISO 400 Ca. 26
ISO 800 Ca. 36,8
ISO 1600 Ca. 52
ISO 3200 Ca. 73,5
Berekenen van de opnameafstand op basis
van de diafragmawaarde
e_kb474.book Page 189 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM