Operation Manual
132
Opnamefuncties
4
Beschikbare bewerkingen
5
Druk op de knop 4.
De aanpassingswaarde wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De opnamestand wordt geactiveerd.
7
Maak een testopname.
U kunt het scherpstelpunt controleren door de weergave uit te vergroten
tijdens Live weergave (p.170) of Digitaal voorbeeld (p.142).
Selecteer het gedeelte van de zoeker waarmee moet worden scherpgesteld.
De fabrieksinstelling is S (Auto).
Het geselecteerde AF-punt licht rood op in de zoeker. (AF-punt weergeven)
Vierwegbesturing (5) of e-knop op
de achterkant (S) naar rechts (y)
Scherpstelling dichterbij halen.
Vierwegbesturing (4) of e-knop op
de achterkant (S) naar links (f)
Scherpstelling verder weg
plaatsen.
Knop | (Snelinstelling) Aanpassingswaarde ±0
herstellen.
• Zelfs als een aanpassingswaarde is opgeslagen met [Toepassen op 1] wordt
de waarde [Toepassen op al] gebruikt in plaats van de waarde [Toepassen
op 1] als u in stap 3 op de knop 4 drukt terwijl [Toepassen op al] is
geselecteerd.
• Als u een opgeslagen aanpassingswaarde wilt resetten, selecteert u in stap
3 [Reset].
Het scherpstelkader instellen (AF-punt)
U Midden
Het scherpstelkader wordt ingesteld op het midden van
de zoeker.
j Selecteer
Het scherpstelkader wordt ingesteld op een van de elf punten
in het AF-gebied.
S Auto
De camera selecteert het optimale AF-punt, zelfs als het
onderwerp niet in het midden staat.
e_kb474.book Page 132 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM